7 maart 2011

Water

Een groot gedeelte van ons verblijf hier zijn we bezig met water. Dat is vooral omdat water hier schaars is en je je daarom beseft hoe essentieel het is om in je levensonderhoud te kunnen voorzien. En je komt er ook eens achter hoe veel je er wel niet van gebruikt. Je gaat er nog meer over nadenken of je niet te veel gebruikt.
Vorige week zaterdag zijn wij in ons huis ingetrokken. Op dat moment waren de loodgieters nog bezig met het in orde maken van de waterleiding naar de gootsteen in de keuken, naar het fonteintje in de hal en naar de wc en de douche in de badruimte. Al het water komt uit een grote polytank die naast ons huis op een stellage van 3 meter hoog staat. Ik schat dat er zo’n 1000 liter in gaat. Die tank was , neem ik aan, vol vorige week zaterdag. Hij is nu leeg.
Op het moment dat onze gast Adrienne van het toilet gebruik maakt, is ineens het water op. How embarrassing. Maar wij, volunteers, zijn niet voor een gat te vangen. Wij geven geen krimp. We pakken het leven op alsof er niets gebeurd is en gaan over tot de orde van de dag. Jeannine en Adrienne gaan naar de markt. Ik ga afwassen (met drinkwater uit een fles).
Nu snap ik beter waarom onze Ruby ons bij het verstrekken van onze inboedel ons ook twee 100 liter emmers verstrekte. Als ze straks de polytank komen vullen, laat ik die emmers ook maar even vollopen, zodat we wat reserve water hebben als we weer eens plotseling zonder zitten.
Want binnen 2 uur komen ze water brengen, is er beloofd. Er is in onze omgeving geen waterleidingcircuit. In andere delen van Wa is dat er wel maar dat ervaren de gebruikers niet altijd als een genoegen: de druk op de waterleiding is erg beperkt, waardoor er maar een miezerig straaltje uitkomt. Onze polytank echter op 3 meter hoogte geeft prima druk, waardoor we onder andere bij iedere douchebeurt mogen genieten van een prima waterstraal. Als er dus water in de polytank zit, tenminste.
Zoals ik al zei: er is beloofd dat er binnen 2 uur een watertankauto van Lafrans voorrijdt die onze polytank weer volgooit. Dat zou 10 cedi moeten gaan kosten. Onze nieuwe kennis, die tevens buurman is op onze compound, is manager bij Lafrans en hij heeft ons eerder deze week zijn diensten aangeboden toen hij samen met onze landlord kennis kwam maken. Een telefoontje is genoeg om de bestelling in gang te zetten. Nu maar hopen dat ze echt komen, want morgen wordt Independence Day gevierd (de 54-ste) en dan wordt er niet veel gewerkt hier, vrees ik. En omdat deze nationale feestdag deze keer op zondag valt, is iedereen op maandag ook vrij.
Het water wat geleverd wordt door Lafrans is geen drinkwater. Tenminste niet voor ons westerlingen met onze gevoelige maagjes. In onze VSO-uitzet zat ook een waterfilter: 2 pannen op elkaar met in de bovenste 2 kalkfilters waardoor het wat in de onderste pan loopt. Daar zit een kraantje, waarmee we onze flessen vullen. Die zetten we dan ter koeling in de fridge (ik denk dat ik over 4 weken 25 % engelse woorden produceer in een tekst als deze).
We kochten in het begin heel braaf flessen bronwater (1 cedi voor 1,5 liter) maar zijn er inmiddels achter gekomen dat de plastic zakjes water van een halve liter in een tray verkocht worden van 15 liter welke 1,5 cedi kost. Het is dan wel geen bronwater, maar het is gefilterd water en lest de dorst net zo goed.
Als een Ghanees op bezoek komt, is het eerste wat je doet hem of haar water aanbieden. Nu geven we dus gastvrij ieder die het wil zo’n zakje. De gemiddelde Ghanees drinkt niet steeds een slokje, maar bijt een puntje van het zakje en knijpt de inhoud van de halve literzak in een keer in zijn mond om deze handeling routineus af te sluiten met het weggooien van het zakje in de openbare ruimte.
Het water is in de regel overdag handwarm. Om te douchen is dat niet altijd lekker. ’s Nachts koelt het wat af, zodat de ochtenddouche meestal wel verkoelend is. Overdag is het natuurlijk wel makkelijk voor je (af)wasjes.
3 liter water per persoon om te drinken, dan nog het nodige water voor koffie, thee en havermoutse pap. Water voor het koken van rijst, aardappels, spaghetti, groenten. Water voor het wassen van groenten en fruit. Water voor de afwas. Water voor de douche (2 maal per dag) en water voor de wc (als het tegenzit meerdere malen per dag – en het zit nogal eens tegen). Water voor het wassen van kleren. Daarmee maken wij met zijn tweeën in een week een polytank met water leeg, lijkt het. Vanaf nu gaan we bijhouden hoe lang we met een polytank doen.

Aan het werk

Bas
Twee werkdagen heb ik nu achter de rug en ze hebben nog geen duidelijk resultaat. Ik ben maar goed aan de relatie aan het werken, zal ik maar zeggen. Dat doe ik dan met  Jelinge Mahama. Aan hem ben ik toevertrouwd. Hij is verantwoordelijk in de regio voor de EMIS-data. Deze worden vergaard door het verzamelen van door alle scholen in het land ingevulde vragenformulieren. Jelinge zorgt er dus voor dat alle scholen in de Upper West deze formulieren invullen en dat de districten ze verzamelen en naar hem in het regiokantoor sturen. Daar worden ze ingeklopt in een database op een lokale pc in een databaseprogramma dat door de landelijke GES is aangeleverd. Donderdag aanstaande worden deze gegevens verstuurd naar het hoofdkantoor in Accra. Er is speciaal een medewerker uit Accra overgekomen om toe te zien dat een en ander volgens de regels verloopt.
Het is de wens van Fabien, de directeur, dat ik help om de ingeklopte gegevens te isoleren en beschikbaar te maken als managementinfo voor hem. Hij moet anders nog minstens een jaar wachten voor hij resultaten ziet van de door hemzelf aangeleverde gegevens. Een loffelijk streven, waar ik dus een bijdrage aan mag leveren.
Tot die tijd leer ik Jelinge enkele basisvaardigheden van Excel en maken we samen een emailadres aan in Gmail voor hem. Dat lukt dus niet. Drie keer geprobeerd en drie keer stuiten we op een onwillig netwerk. Morgen weer maar eens proberen.
Internetten doe je hier met een modem. Dongle noemen jullie dat in Nederland. Een usb-stick met een simkaart en antenne, waarmee de verbinding met de rest van de wereld tot stand komt. Er zijn verschillende Ghanese aanbieders en op advies van onze Filippijnse adviseuse Ruby hebben wij bij de firma Tigo gekocht. Wij zijn nog niet blij. Sommigen van jullie hebben die ietwat negatieve ervaring met ons mogen delen tijdens een rondje Skype. Het chatten met vertrouwde mensen maakte telkens weer veel goed. Toch wachten we er nu even mee. Zaterdag komt Adrienne uit Nadowli logeren. Zij kocht bij MTN een modem en zegt tevreden te zijn. Dat willen wij even live ervaren voordat we eventueel een ander modem gaan kopen. Of ons Tigo-modem generiek laten maken. Want dat kan volgens Adrian.
Adrian is een aardige jongen van 24 jaar met wie we op de verhuisdag voor het eerst kennismaakten. Ruby had al over hem gesproken: hij is een ICT-student (laatste jaar BI op de Polytechnic in Wa volgens eigen zeggen). Dan heeft ie er toch ook al zo’n 15 studiejaren op zitten. Als je vragen hebt – waarover dan ook – dan kun je ze aan Adrian stellen en voor één Cédi zorgt hij op zijn minst voor een oplossing. Is het water in de polytank op? A. belt de waterboer. Doet de stroom het niet? Bel A. en er loopt een elektricien voor. Op de dag van verhuis heeft ie uiteraard ook veel verzet: mee helpen verhuizen, het huis bewaakt, ondertussen alle vloeren geveegd. ’s Avonds belde hij of alles goed ging. Hartstikke attent. De volgende dag kwam Adrian op de brommer langs. Even water drinken en kletsen. Want dat doet ie graag, met mij dan, over ICT. Hij was de assistent van mijn voorganger, zo blijkt. In elke vakantie ging hij met Cameron op stap. Binnen Wa, maar ook daarbuiten, in de Upper West.
ICT. Mijn job hier. Van Bas. De ICT-expert. Want zo praten ze over mij tegenover iedereen die het horen wil waar ik bij ben. Tegelijkertijd wordt er verwachtingsvol naar mij gekeken. Wie mij een beetje kent, weet dat ik van zulk gedrag niet meer zelfvertrouwen krijg. Stof, virussen en het omzetten van data in bruikbare informatie worden mijn uitdagingen volgens mijn baas Fabien, die van het regionale kantoor. De eerste twee dagen hebben ieder geval al een niveau bepaald: ze kunnen wel wat aan me hebben, denk ik.

Jeannine
De eerste week werken zit erop
Op maandagmorgen 28 februari  worden we aan de medewerkers van het Regionale GES-kantoor voorgesteld. Het zijn er ongeveer 35. Ik schrijf meteen de namen op en maak er later op de dag een plattegrond van. Anders zal het niet meevallen om gezichten en namen te onthouden. Ik ga  samenwerken met Bella, de officer voor Special Educational Needs.
Het is moeilijk zo’n kantoor te beschrijven. Dat ga ik ook niet doen, want er is niets gemakkelijker te vertellen wat er allemaal niet is. En aangezien ik moet starten bij wat er wel is, kies ik daarvoor. Ik ben in mijn eerste week op bezoek geweest bij 4 scholen, van creche tot Junior Highschool (eerste 3 jaren voortgezet onderwijs).
Ook het onderwijs is niet te vergelijken, zovéél kinderen (in uniform) in een klaslokaal met weinig leermiddelen. Dat maakt wel indruk. De kleintjes vinden het wel gek, zo’n nassaala (white lady). How are you?roepen ze vaak. Ik vraag het dan terug en dan zeggen ze I’m fine. Ghanezen houden van uitgebreide begroetingen. Sister Monica, een jonge non die in Amerika geeft gestudeerd, is de directrice van een kleuterschool, waar we een uitgebreider gesprek mee hebben gehad. Zij heeft  enkele kinderen op school met een mentale beperking en ze wil daar graag ondersteuning bij, want ze wil ze graag op school houden. Dus hier hoop ik in de komende week verder mee te gaan. Een ander mooi aanknopingspunt vond ik bij Anna Cleta, de officer van Girls Education. Zij is een gedreven vrouw, waar ik mee ga samenwerken om de girls clubs nieuw leven in te blazen. Meisjes hebben om uiteenlopende redenen minder kansen om school af te maken. Een voorbeeld: 24 meisjes in de kleuterklas en in primary 6 (onze groep 8) zijn dat er nog maar 3. Meisjes hebben meer taken thuis (huishouden en op kleintjes letten). Meisjes worden minder slim ingeschat en worden geacht te trouwen en kinderen te krijgen, waardoor een investering in onderwijs niet zo zinnig is. Het onderwijs is in principe gratis, maar ouders moeten wel schooluniformen en leermiddelen kunnen betalen. En onderwijs kan je ook sterker maken en zelfstandiger en daar zit de traditionele Ghanese samenleving ook niet op te wachten.
De girls clubs zijn bijeenkomsten  na schooltijd, waar interessante thema’s aan de orde komen, er gepraat kan worden met elkaar en leuke activiteiten worden ondernomen, dit alles gericht op bewustwording en versterking.
Om goed te kunnen werken met leerlingen, teachers en ouders is het toch wel goed om de locale taal te leren spreken. Ik heb Christine, een voormalige lerares Dagaare bereid gevonden om Bas en mij een uurtje per week les te geven. Dat is ook een mooi resultaat van deze eerste week. De volgende week ga ik met Bella een paar scholen voor Speciaal Onderwijs bezoeken (een school voor blinden, een voor slechthorenden en een voor mentally retarded). Leermoeilijkheden en gedragsproblemen krijgen nog weinig aandacht. En ik ga een meeting bijwonen waar alle districtofficers voor girls education bij elkaar komen (De Upper West heeft zo’n  10 districten).
Ik ben begonnen en er zijn hoopvolle taken om mee te starten……………………….

24 februari 2011

Our house?

Al gauw begrijpen we dat het prachtige nieuwe huis, dat ons is toegezegd, waarschijnlijk nog niet gereed is voor bewoning: het elektriciteitsnet moet nog worden aangesloten en daar is een handtekening voor nodig! Langer blijven in het guesthouse is ook geen optie want er is een congres van katholieken, waar zelfs de bisschop aan te pas komt. Dus wij kunnen niet blijven. We gaan kijken naar ”ons” huis: prachtig rose met muren en zwaar hek,  ramen van glas in een nieuw te ontginnen stuk van Wa, stukken onbebouwd of huizen die half klaar zijn. Het huis is inderdaad prachtig , bijna te prachtig. 1 Slaapkamer met douche en toilet, 2 guestrooms met een eigen douche en toilet, een livingroom en allemaal fris-geel geschilderd. We voelen ons allebei bezwaard, maar er is wel ruim plaats voor bezoek. We willen gewoon tussen de mensen leven en niet die blanken van dat mooie huis worden.  Misschien hebben we wel een watchman nodig wordt gesuggereerd (voor de veiligheid).
We verkassen naar het GES-guesthouse, aan de andere kant van Wa, op zich een prima gebouw met beheerder Francis, die erg behulpzaam is (we mogen altijd zijn waterkoker lenen!). Hij regelt een verlengsnoer en een fietsenverkoper. De kamer is prima, doch wat verlopen en stoffig (dat kan hier ook bijna niet anders!). Ruby heeft hier een maand aan het begin van haar placement gewoond, dus dat kan ook nog. Nu het allemaal wat langer gaat duren, regelt Ruby een gascylinder met gasstove, op de kamer erbij. We veranderen de kamer zodat het wat praktischer wordt, het bureau wordt de keuken. Ik pak wat spulletjes uit die we kunnen gebruiken: de Avans kop-en-schotels en de boerenbontbekers uit het kerstpakket van het Palet. Zo denken we zeker aan onze oud-collega’s!!  De spelletjes en leesboeken op een stapel. We gaan een beetje wonen, al is het in één kamer. Vandaag om 6 uur opgestaan om in een beter, koeler ritme terecht te komen. Het was heerlijk op het trapje met een kopje thee en het koele (nou ja..) ochtendwindje. Vandaag de lakens maar eens gewassen:het water rood van de rode stof. Ook andere was gedaan, in de teil en wringen in gebogen houding, het wordt echt Afrikaans. Zowaar vandaag 2 fietsen gekocht van Chinese makelij, dat geeft ons meer bewegingsvrijheid. De terugweg naar huis ging prima maar de remmen zijn toch anders dan in Nederland. Hier moet je vooraf kijken en het eigenlijk niet op remmen laten aankomen. Wij fietsten ook iedereen voorbij en dat hebben we geweten: we waren kapot bij aankomst. Dus Afrikaans tempo leren is de kunst.
Nu krijgen we een telefoontje, dat we een tijdelijk appartement kunnen bekijken via “onze” landlord, totdat het huis klaar is. Het blijven verrassingen. En verrassend is het. Terug van de bezichtiging is het nu zo, dat we waarschijnlijk een ander huis krijgen, meer in het centrum van Wa, tussen de mensen, vrij dichtbij ons werk, fel groen/blauw van buiten, 4 huizen in een rechthoek gebouwd met afgeschermde binnentuin voor de 4 huizen, een soort van veranda voor het huis (kan op slot en dus geen watchman nodig, veel veiliger), 2 slaapkamers, 1 living, 1 keuken, 1 opslagruimte, 1 douche met wc, watervoorziening d.m.v. een polytank, muskietengaas voor de ramen, varken, honden, kippen en geiten voor de deur, buren en  goedkoper voor VSO.  Kortom veel meer tussen de mensen van Wa, minder luxe, maar het voelt veel beter.  We zijn blij met deze wending.  Waarschijnlijk kunnen we vrijdag verhuizen, als er tenminste…… Er moet nog worden schoongemaakt, muskietenhor voor de deur en de watertank moet nog worden aangesloten en gevuld, dus…….
Maandagmorgen worden we allebei op ons werk verwacht. Het gaat beginnen….

Busreis naar Wa

We hebben  de  In-Country-Training afgerond.  Naast heel wat informatie en vooral praktische informatie over het leven in Ghana van mede-volunteers hebben we ook taalles  gehad in het Waali (lokale taal in Wa). Dit gaat als volgt: De teacher noemt woorden en wij schrijven ze fonetisch op met de betekenis. Een lastige manier. Naast de in niets herkenbare woorden hebben de Ghanezen ook nog een ritueel van elkaar begroeten en dat gaat dan zo:  Ansomaa (goede morgen)  reactie is Foe iheje (hoe gaat het?), mbiejesoe (Het gaat goed met mij). ’s Middags en ’s avonds  is dat weer anders. Dat wordt oefenen. Op vrijdag hebben we al best wat vertrouwde contacten en is het gek om weer afscheid te nemen.
Voor de busreis naar Wa moeten we om half acht op het busstation zijn. Ruby (Filippijnse die al 3 jaar volunteer is in Wa) regelt de taxi’s en de bagage, dat is best nog een klus. De mannen die sjouwen krijgen hier en daar wat geld toegestopt om te zorgen dat alle koffers in de bus kunnen. Het blijft ook aandacht vragen om ze te tellen. Om half 9 zit alles erin: bagage en 7 volunteers  onder leiding van Ruby.  De weg is behoorlijk slecht, want under construction. Na 2 uur rijden wordt er gewezen naar de bus door andere auto’s. Er wordt gestopt, de watertank wordt bijgevuld, maar 1 kilometer verder  in Asuboi wordt de bus aan de kant gezet en krijgen we de boodschap dat de bus kapot is en we moeten wachten op een andere. De chauffeur verdwijnt en dan weet niemand iets. Het is wachten, in de bus, uit de bus, drankje drinken in chop-bar (heerlijk koele sprite), wachten, kinderen brengen een bank en stoelen. Aan de andere kant van de weg is een rivierbedding die droog staat, daarachter staat de school en een kleine moskee. We zien een heleboel van het Ghanese villageleven: de kinderen die lachend obruni (blanke) roepen en wegrennen, de winkeltjes, de jongens die hun kokosnoten snijden met machetes, de geiten met een voor en een achterpoot aan elkaar gebonden om weglopen te voorkomen, de kippen her en der gemarkeerd van wie ze zijn (rood lintje)het plassen achter een huisje achter een klein schuttinkje, we eten wat we maar kunnen vinden: pinda’s, popcorn (zout),  brood, banaantjes. Er loopt een jongen met een dode rat om te verkopen of zelf eten?? Maar het is vooral WACHTEN OP NIEUWS. De chauffeur schijnt te slapen en wij snappen er niets van. De bus naar Bolga met 4 mede-volunteers komt rond 5 uur voorbij met een vertraging van 5 uur en toch zijn we jaloers want zij kunnen verder (niet wetend dat zij een nachtelijke breakdown krijgen van de bus en nog eens 6 uur oponthoud hebben, ook geen pretje). In de bus staat de radio aan met een evangelisatie programma: we moeten volhouden en vooral bidden is de boodschap. Niemand die de radio uitzet, 4 uur lang dit aanhoren lijkt niemand iets te deren. Het jaagt ons in elk geval naar buiten.  Het wordt donker, weer een laagje DEET sprayen en weer verder wachten. Gelukkig zijn er veel Engelsen met de beroemde Engelse humor en dat maakt het nog best grappig. Om half 8 is er een andere bus, met kapotte voorruit, nog minder beenruimte, maar hij rijdt. Bagage wordt in de bus gesjouwd en om  8 uur rijden we. Na een nacht van vele hazenslaapjes arriveren we doodmoe om 7 uur ’s ochtends in Wa. Onze Ruby regelt een taxi die ons naar Tegbeer Guesthouse brengt, een guesthouse van een katholieke organisatie. Met prima kamers met douche en ijskast en een restaurant waar we lekker kunnen eten. Ze doen erg hun best om onze andere wensen te honoreren: spaghetti met vegetable sauce, nou!!

14 februari 2011

Dag Accra

Goede turbulente vlucht gehad na indrukwekkend afscheid van de kinderen. We hebben een prachtig afscheidsboek gekregen waar menig zweetdruppel van vooral Marthe in zit. Bedankt voor de bijdrage van velen van jullie.
Na een korte nacht zijn we relaxt begonnen met de in-country-training in Accra (Accrá dus). We zitten met een kleine 20 volunteers van all-over-the-world in een comfortabel hotel in een buitenwijk. Het is fijn om contacten te leggen met mede-volunteers. Vandaag hebben we als eerste kennismaking met Ghana per bus een tour gemaakt door Accra. Het merendeel van de mensen loopt rond met een handeltje van water tot tapijten dat ze aan de man proberen te brengen. Zaterdag 19 februari gaan we per bus naar Wa in de Upper West.

3 februari 2011

Weken van afscheid.

Afscheid van familie
Afscheid van vrienden
Afscheid van Avans
Afscheid van Het Palet
Afscheid van de Steenmansweg
Afscheid van de kinderen
Afscheid van de fitnessgroep

Het is niet gemakkelijk om afscheid te nemen. Het is goed om te beseffen dat we veel moois achterlaten, veel moois meenemen en over 2 jaar veel moois zullen terugvinden.
Er is een verrassend bedrag ontstaan op onze Ghana-rekening. We gaan daar zeker mensen in Ghana van laten profiteren, gericht op een betere, duurzame toekomst. We houden jullie op de hoogte.
13 februari is het zo ver: dan vliegen we via Londen naar Accra, waar we een week zullen verblijven voor een in-country-training van VSO. Daarna vetrekken we naar Wa. We gaan ons daar inrichten en de eerste contacten maken met het werk en de omgeving.

6 januari 2011

Nu gaan we echt!

Het gaat er van komen. In december hebben we nog wat medische obstakels uit de weg moeten ruimen. Maar nu is er dan toch groen licht. Bas heeft Diabetes type II en moet dat goed onder controle houden met medicijnen en door het veranderen van eetgewoonten. Maar dat gaat wel lukken. De vaccinaties zijn afgerond. We moeten nog wat zakelijke rompslomp doorwerken en dat is niet ons ding. We maken goede afspraken met de kinderen. Zo kwam Jaap met een erg leuk nieuwtje: Jaap en Caat krijgen een kindje. Dus we komen dit jaar wel een keer terug, reken maar!
Op 1 februari stoppen onze banen. We regelen een afscheidsborrel. We gaan nog een weekend met de kids naar de Ardennen. Ja en dan wordt het snel 12 februari, de dag van ons vertrek. 
Dubbel is het wel, want we laten hier veel goeds achter, maar het is maar tijdelijk. Het is ook een hoopvolle missie, waar we van willen genieten. We laten jullie een stukje meegenieten.