17 april 2011

Weekje motortraining in Bolgatanga

Op zaterdag 9 april vertrekken we naar Bolgatanga in de Upper East van Ghana voor een week motortraining. Je kunt van tevoren geen buskaartjes kopen. Omdat het net vakantie is en er veel studenten reizen is het om 4 uur ’s nachts een drukte van belang. Veel gedoe en boze mensen. Het ziet er niet naar uit dat we een kaartje zullen bemachtigen. Bas blijft stug, maar vriendelijk proberen. Om 6 uur lijkt het einde verhaal, geen zitplaatsen en geen staanplaatsen. Ik voel me nog niet helemaal lekker dus dat maakt het er niet beter op. Dan zijn er ineens 3 zitplaatsen in de bus naar Tamale en dan kunnen we met een omweg naar Bolga. Ook dat is nog een toer, want we moeten wisselen van plaats, maar uiteindelijk zijn we om 7 uur op weg. Na een uur op verharde weg beginnen we aan de dirt road, hotsen en botsen, via Larabanga (toegang tot Mole Natuurpark) naar Tamale, daar komen we om 1 uur aan en een uur later vertrekt een bomvolle trotro naar Bolga. Doodmoe zijn we. Jacky komt ons ophalen en met de laatste krachten gaan we in een taxi naar Sheena en Tony. We worden heel hartelijk ontvangen in hun prachtige tuin met mangoboom. We douchen, er wordt voor ons gekookt en we liggen om 9 uur in bed. De zondag is vrije dag en we genieten van de tuin, van het niks doen en het lezen. Vakantiegevoel.
Met wat onzekere gevoelens beginnen we maandag op een voetbalveld met de training: rondjes, rondjes en nog eens rondjes. Geen echte tips of aanwijzingen, maar al met al valt het mee. Nog bedankt Stewart, al je tips kwamen weer boven. Dus wie wil leren motorrijden: Stewart Rijopleiding in Prinsenbeek!! Het is bloedheet en we verstouwen heel wat water. De 2e dag is er wat meer variatie: ook achtjes en haarspeldbochten en naar de 3e versnelling. Tussendoor is het veel wachten op de trainers. Ze komen te laat of niet (begrafenis) en wij wachten in het VSO kantoor. Leuk om allerlei mensen te ontmoeten. De 3e dag is ons eerste uitje: Naar Bongo en Gawru flinke tocht met eerste kennismaking met het zand, het voelt ook wel als een overwinning. Prachtig om de omgeving van Bolga te leren kennen: prachtige dorpen met traditionele compoundhutten, de baobabs blijven immens en het landschap is rotsig ruig. Op donderdag hebben we de langste tocht: naar Paga en de krokodillenvijver aan de grens met Burkina Faso. Prachtige tocht maar erg vermoeiend. Op de terugweg 50 km in een uur over de weg, flink tempo en veel vrachtverkeer met rukwinden. De citytour laten we ’s middags aan ons voorbijgaan. Wel nog langs Damian voor een overleg over zijn werk als gender officer en bij Hannah eten we een bordje spaghetti. Erg leuk om haar weer te zien. Om 9 uur zijn we terug en weten niet hoe gauw we ons bed moeten opzoeken. Er zijn al heel de week problemen met het water, maar een bucket-douche is ook heerlijk verfrissend.
De laatste dag brengen we grotendeels door op het kantoor van de DVLA voor ons rijbewijs, wat een circus en bureaucratie, maar we waren voorbereid. 3 uur later staan we dan toch met een Ghanees rijbewijs buiten en vertrekken naar Tongo in grote hitte. Ook weer prachtige tocht waarvan Bas met zijn telefoon filmopnames maakt. Op de terugweg zijn we ineens met 2 trainers en Baba, onze VSO man en nog raken we Adrienne, Engelse VSO-volunteer, kwijt, die uiteindelijk Bas belt om te zeggen dat ze verdwaald is. We zijn ontstemd en laten dat ook merken. Dat vinden de Ghanezen niet leuk en kunnen daar moeilijk mee omgaan. We willen toch ons punt maken, dat we teveel hebben moeten wachten en dat het bizar is dat ze iemand kwijtraken.
Op de laatste avond nemen we Sheena en Tony mee uit eten als dank voor hun goede zorgen. Het biertje in de avondschemering op het bankje onder de mango zullen we niet gauw vergeten.
Om 3:15 in de nacht staan we op, om 4 uur zijn we op het busstation en om 6 uur vertrekt de bus naar Wa. Best vreemd, maar wel fijn om weer naar huis te gaan.

7 april 2011

Verjaardagsfeestje in Ghana

Al die lieve verjaardagsberichtjes voor Bas. Erg leuk dat jullie daar zo aan denken. Jullie maar denken dat wij op grootse Ghanese wijze deze heugelijke dag aan het vieren zijn. Al die lieve aandacht maakt veel goed voor Bas. Want ik heb dit jaar roet in het eten gegooid. Ik voelde me ziek en Bas voelde zich ook niet OK. Over de aard van deze ongemakken weiden we niet verder uit met het oog op deze feestelijke dag. Bovendien hadden we vandaag onze JIM (Joint Introduction Meeting). Alle belanghebbenden zitten bij elkaar (of dat was in elk geval de bedoeling) en maken ons kenbaar wat ze van ons verwachten en welke doelen we moeten nastreven, in elk geval dit eerste half jaar. Omdat er zoveel mensen uitgenodigd waren,zo’n 30 mensen voor ons alletwee, voelde ik me verplicht om het door te laten gaan. Als een dweil heb ik zo goed en zo kwaad als het ging me er doorheen geslagen. Het is hier gebruik voor de mensen om drinken snacks of lunch te regelen, afhankelijk van de tijd dat de meeting is. Het is heel bijzonder te zien dat het eten, in piepschuimbakjes wordt uitgedeeld en iedereen neemt het dan mee naar..... Wij zouden zeggen: zullen we nog gezellig samen eten als afsluiting, nou hier niet. Voor Bas was de meeting een stuk concreter dan voor mij. De scholen voor speciaal onderwijs hadden wel een afgezant gestuurd, maar geen leerkracht. Zij waren met name geïnteresseerd in het stukje support voor leermiddelen. Toen ik zei dat ik geen budget heb, reageerden ze verbaasd: je kwam toch voor support. Het geeft mij wel een dubbel gevoel, de motivatie om iets te veranderen als je niet met geld aankomt is niet altijd even groot.
Terug naar ons feestje: geen taart (die kun je hier niet krijgen en ik heb geen oven), geen visite, veel slapen, dat is wel effe anders dan we gewend zijn!! Gelukkig voel ik me na geslapen te hebben wat beter. Op de foto (die binnenkort op de blog staat) zie je het cadeau: een grote tafel. Het had een verrassing moeten zijn, maar zo kien als Bas is, hij had het al geraden. Het had nogal wat voeten in de aarde, want je moet naar een timmerman om hem te laten maken.
We maken er wel wat van, maar onze feestjes in Breda zijn leuker! Bas geeft aan het zingen via de telefoon erg te waarderen. Hij gaat nu zowaar een biertje pakken. PROOST!
Van zijn collega Jelinge kreeg hij een erg lief smsje. Wishing you a happy belated birthday. May you live to be hundred. May the best of everything you ask be yours. Happy Birthday.

1 april 2011

Meisjes moeten ook naar school

Een van de zaken waar ik me mee ga bezighouden is, dat meisjes ook naar school moeten om een toekomst op te kunnen bouwen. Dat lijkt vanzelfsprekend maar dat is het niet in Ghana. Naarmate je in meer traditionele streken komt, zoals de Upper West, is dat nog een probleem. Meisjes gaan toch trouwen. Als een meisje trouwt is ze van waarde voor de familie van haar man, haar eigen familie schiet er financieel niks mee op, Er is ook een economische reden: meisjes hebben nogal wat taken thuis en ze verdienen wat met verkoop van van alles. Dat valt ook weg als een meisje naar school gaat. In sommige gebieden wordt ook gedacht dat meisjes minder slim zijn. Als meisjes een opleiding krijgen en meer zelfvertrouwen ontwikkelen zullen ze niet meer zo snel toegeven aan een traditionele huwelijk. Dat vinden Ghanezen soms niet wenselijk.
In de kleutergroepen is de verhouding jongens-meisjes gelijk, aan het einde van de basisschool zitten er nog maar een paar meisjes in de klas. Veel jonge meisjes gaan ook van school als ze vroeg zwanger worden. Het vraagt veel steun van het gezin om te voorzien in de opvang van de baby en dat is niet altijd het geval. Zo hebben we een meisje ontmoet, die zwanger is geworden van de leraar (komt best wel voor) en door haar familie is uitgestoten. Dan zit je daar als tiener met een kind, uitzichtsloos.
Om dit te voorkomen zijn er een aantal jaren geleden girls clubs georganiseerd, buiten schooltijd met elkaar en onder begeleiding over allerlei thema’s met elkaar te praten, gezondheid en sexuele voorlichting staan op het program, samen zingen, sporten en vooral door te genieten. Dit heeft zeker resultaat gehad, maar op veel plaatsen zijn ze in het slop geraakt. Nu ontstaan er genderclubs, want jongens zijn ook welkom, wil je iets veranderen dan moeten jongens ook veranderen. Als het over meidenzaken gaat en als ze zich bazig gedragen, zijn ze welkom.
In Nadowli, 40 km van Wa, zijn de meisjesclubs nog erg actief, want ze hebben een sponsor. Een keer per jaar staat heel de week in het teken van het belang van onderwijs, vooral voor meisjes en worden alle zaken genoemd die dit kunnen verhinderen. Ik heb de afsluitende ceremonie bijgewoond. Eerst zijn de meiden met muziek zingend en demonstrerend door het dorp gelopen, daarna waren er speeches, voordrachten in de vorm van gedichten, drama en dans. Het was echt een belevenis. Alle kinderen van de school eromheen. Ze schoven telkens dichterbij, waardoor we helemaal ingesloten raakten. Mooi om te zien hoe het kan werken. Het werkt motiverend om hieraan te gaan werken in Wa.

Rondje Upper West: Tumu, Gwollu, Lambussie, Nandom, Lawra, Jirapa, Nadowli, Wa east en west en terug naar Wa.

Het regionale kantoor van de Upper West Regio werkt samen met de 9 districten aan diverse zaken. Zo zijn de districtteams recent getraind om via een nieuwe manier van rapporteren managementinformatie op te hoesten. Wat er verder nog mee gaat gebeuren is nog spannend. Het is zelfs nog spannend of alle districten met een bruikbaar rapport voor de dag kunnen komen.
Om de districtteams een steun in de rug te geven op inhoudelijk en technisch gebied heb ik onder leiding van Jelinge een rondreis van 3 dagen gemaakt langs de districtbureaus in de regio.Samen ondersteunen we inhoudelijk en technisch bij de realisatie van de rapporten. Jelinge bepaalt elk moment wat we gaan doen: wanneer we gaan eten, wanneer we weer verder trekken en wanneer we weer langs een familielid moeten in een dorpje achteraf om een brood of wat geld te brengen. Hij kent de regio goed want hij is ook op diverse plekken teacher geweest. De chauffeur die ons in de pick up rondrijdt stuurt trefzeker over de vaak belabberde andwegen. Omdat niets van te voren vast staat en alles nieuw is, is het een vermoeiende tocht. Wel interessant om al die diverse werkplekken eens te kunnen bekijken. Zeker ook omdat ik vermoed dat al deze bureaus ondersteuning van mij gaan verwachten, nu en in de komende twee jaar.
Naast het werk doen we ook nog leuke dingen op deze reis. We ontmoeten veel VSO-volunteers: op kantoor, maar ook thuis en soms plotseling op de fiets op straat. De tweede nacht hebben we bij onze filippijnse collega Jonathan gelogeerd.
Het bezoek aan John en Marion (2 leeftijdgenoot volunteers met wie het wel klikte en die in Tumu woonden) was indrukwekkend. John was erg ziek geweest de afgelopen weken (malaria en typhus). Hij was nu ietwat aan de beterende hand. Naderhand bleek dat de ziekte ervaring zo ingrijpend was dat ze een dag na mijn bezoek besloten hebben om weer voorgoed naar Engeland terug te keren. Dat is geen lichte beslissing geweest en geeft weer wat voor impact die ziekte had. Wij hebben veel respect voor deze keuze.
We worden regelmatig door districtcollega’s getracteerd op eten of drankjes. In Gwollu tracteert een collega ons zelfs op een toeristische route: we nemen uitvoerig de tijd om de 300 jaar oude verdedigingsmuur van Gwollu te bekijken (tegen de slaven die zich probeerden te verweren tegen de slavenhandelaren die in Gwollu woonden) en bezoeken ook het traditionele healingcentrum voor gebroken botten. De verplegingsmethode, waar veel water en kruiden aan te pas komen, schijnt de genezing aanzienlijk te versnellen. We bezoeken ook het graf van een van de presidenten van Ghana die in Gwollu geboren is.
Woensdagavond moe maar voldaan weer thuis bij Jeannine. Voor haar was het spannend om voor het eerst een paar dagen alleen thuis te zijn. Het zou Jeannine niet zijn, als ze het niet heel leuk had gemaakt voor zichzelf.

22 maart 2011

De goudmijn van Mengwe

In een vergadering van Chipronet (Child Protection Network) wordt er gesproken over een ongeluk in een illegale, niet-commerciële goudmijn, waar 2 jonge meisjes zijn omgekomen in de mijn. Er wordt besloten om een onverwacht bezoek te brengen op zondag 20 maart. Diverse vertegenwoordigers van organisaties (Child Development Office, GES, Child Support e.a.) vertrekken rond 2 uur richting Mengwe in 2 pick-ups. Op het laatste moment gaat er ook iemand van Radio North West mee. Bas en ik mogen ook mee. We verlaten Wa aan de oostkant en na een tijdje wordt het een rode dirt-road omzoomd door veel groen. Een prachtige kleurencombinatie. Na een klein uurtje rijden we de centrale plaats van het dorp op. Meteen een hele groep kinderen waarmee een gesprekje wordt aangeknoopt. Het is armoedig en kinderen hebben dikke buikjes. Er komen stoelen en een bankje. De chief wordt verwittigd. We verkassen naar een overdekte plaats. De chief en 2 secondanten zitten voor ons, achter ons een schare kinderen en geïnteresseerde dorpsbewoners. Het is jammer dat er geen foto van gemaakt kon worden. Ik had me zo’n situatie precies zo voorgesteld. De mannen begroeten de chief, wij vrouwen mogen geen hand geven en lopen richting de chief en knikken met ons hoofd en maken een kleine buiging. Ik voel me wel een pottenkijker, want ik heb geen enkele functie. De secretaris van Chipronet voert het woord in Dagaare, de locale taal, en telkens vertaalt hij het voor ons en voor Erik, de Nederlander die Child Support heeft opgezet.
De meisjes zijn bedolven onder het zand, nadat een onderaardse gang was ingestort. De mijn ligt ver buiten het dorp en de mannen waren op dat moment niet aan het werk, dus er was geen tijdige hulp. Volgens de chief werken daar geen kinderen en gaan ze naar school. Er komen ook geen mensen van andere dorpen zegt de chief. Sommigen van ons hebben daar andere informatie over. Chipronet zal terugkomen om met de dorpsbewoners te praten over de veiligheid van de kinderen. Er wordt een klein bedrag betaald aan de chief, dat is gebruik. We gaan ook nog naar de mijn kijken. Een tocht over paadjes die heel wat stuurmanskunst vraagt brengt ons naar de mijn. De mijn is een wat zanderig, steenachtig gebied met wat heuveltjes en gaten. Er zijn enorme diepe gaten, echt levensgevaarlijk, en gangen met stutten. Er is niets afgezet of gemarkeerd. De mijn is een half jaar in exploitatie door het dorp. In het begin werden de stenen ter plekke gemalen en gewassen, maar na ervaringen van beroving met een pistool is dat stuk van het werk verplaatst naar het dorp. Met een dreiging van een pistool raken ze het moeizaam verworven goud in een klap kwijt. Heel veel dorpelingen zijn betrokken bij dit verwerkingsproces: stof en lawaai van jewelste, de kinderen lopen er gewoon tussendoor en maar 1 jongen heeft een veiligheidsbril op. De radioman wordt onrustig en wil vertrekken, omdat hij niet wil dat de situatie vervelend wordt en men hem herkend. Ik kan me goed indenken dat de chief en de dorpelingen zich zullen afvragen wat zo’n bezoekje moet betekenen. Voor het dorp is elke bron van inkomsten belangrijk. Aan de andere kant is hulp van organisaties altijd welkom en omdat er al eerdere contacten zijn geweest tussen Chipronet en het dorp geeft dat voldoende vertrouwen voor samenwerking.
Zoiets zie je alleen in documentaires en nu stonden we erbij! We zijn onder de indruk van de omstandigheden waaronder mensen leven.

19 maart 2011

Uitje Nadowli


Zaterdag, weekend!. De week was vol, vermoeiend, veel meetings (Jeannine) / trainingen (Bas), afspraken die niet doorgingen en een dag niet fit. We hebben 2 dagen bezoek gehad van 2 mede-volunteers uit Lawra,bijna 100 km ten noorden van Wa. Abbie hebben we leren kennen op de in-country-training, een leuke meid uit Chicago en Allison is een Canadese die al 1,5 jaar teachers ondersteunt, een vrolijke lieverd. Het is leuk om het een beetje gezellig voor hen te maken en zij geven daar veel gezelligheid voor terug.
Vandaag stond Nadowli op ons programma. Een dorp 40 km hiervandaan, waar mede-volunteer Adrienne en haar huisgenoten open dag hielden om allerlei redenen. Dit was ons eerste uitje de regio in, naar buiten! We vertrokken met de trotro, een busje helemaal volgepropt met mensen en spullen en ook geiten. We zaten achterin in een hoekje en dat gaf een wat opgesloten gevoel. De conditie van de trotro’s zijn wisselend, op de heenreis was het een gammel geval, op de terugreis zag het er beter uit. Het was heerlijk om het Afrikaanse landschap te zien. Misschien niet verheffend afwisselend, maar ons trof dat het toch best nog wel groen is en er toch nog wel wat bomen staan. We hebben gehoord dat er in het kader van een bepaald project veel sheatrees zijn gepland in de regio, bomen die na langere tijd vruchten gaan dragen, waarvan sheabutter gemaakt wordt, een vette crème o.a.  voor de huidverzorging. De mensen hebben die tijd niet kunnen afwachten en veel bomen zijn gekapt en verbrand om als houtskool te worden verkocht voor de oventjes waarop wordt gekookt. Op korte  termijn levert dat wat op, maar op de lange termijn hadden ze  meer kunnen verdienen met waar het project voor bedoeld  was. De dorpen en stadjes die we tegen komen zijn levendig en veel mensen op de been. Overal zijn wel kleine winkeltjes en barretjes en alsmaar vrouwen met handelswaar op hun hoofd, veel meisjes met brandhout, veel kinderen met water, fruit of wat maar te verkopen valt. In de bus is er vrolijke  reggaemuziek en mijn buurman die tegen me aan geplakt zit kan de liedjes allemaal meezingen. Een dorp straalt veel meer rust uit dan de stad, er is minder hectiek, terwijl het er toch levendig is. In Nadowli worden we opgewacht door Adrienne en door wat achterafpaadjes komen we bij hun huis. Erg groot, ook voor 3 volunteers. Buiten lopen de varkens met 6 kleintjes, de drachtige geiten en de eenden en de kippen. Dan is er ook nog de guinea fowl, een soort hoen met een dik lijf en een iel blauwachtig kopje. Ze hebben geen tuinafscheiding, dat is wel zo prettig voor het uitzicht, maar de achterburen kijken wel op alles wat ze doen. De kinderen komen graag tekeningen maken en vragen daar herhaaldelijk om (thuis hebben ze die spullen niet). Er staat een prachtige boom voor het huis die veel schaduw geeft. De boom draagt talrijke roodachtige vruchten, die eetbaar zijn. We eten heerlijke rijst met bonen en kletsen gezellig bij. De andere gasten worden wat later verwacht en wij wachten ze op aan de kruising van wegen in een spot (barretje) heerlijk in de schaduw met uitzicht op het leven in Nadowli: een vrouw met een naaimachine op haar hoofd, 3 mooie lachende kindjes,het oudste kind heeft haar armen beschermend om haar broertjes, aangeschoten politiemannen, heel veel politie, die waarschijnlijk  van een begrafenis komen (rood lint om), een collega van Bas die net een geitje heeft gekocht voor 45 Ghana cedi ( 22,50 euro), grote vrachtwagens uit Burkino Faso die Ghana als doorvoerland gebruiken, vrachtwagens vol houtskool en de mensen erbovenop, een prachtig schouwspel. Zo langzamerhand wordt ons tafeltje een witte spot van mansalaas (wiite mensen) die uitgenodigd zijn voor de party. Tegen zessen gaan Bas en ik op zoek naar een tro voor de terugreis, die heel aangenaam verloopt met een rustige, behulpzame chauffeur. De maan komt op en staat de rest van de reis als een prachtige bal aan de donkere hemel. Twee keer moeten we stoppen voor politieposten op de weg.
Voldaan komen we thuis, nadat we op ons laatste stuk begeleid worden door 3 tieners, die wat beginnen te vragen over camera's en honger. Ze zien ons toch als de bezitters van wat zij graag willen hebben. Uiteindelijk vertrekken ze met wat water, want water is altijd een teken van gastvrijheid.

7 maart 2011

Water

Een groot gedeelte van ons verblijf hier zijn we bezig met water. Dat is vooral omdat water hier schaars is en je je daarom beseft hoe essentieel het is om in je levensonderhoud te kunnen voorzien. En je komt er ook eens achter hoe veel je er wel niet van gebruikt. Je gaat er nog meer over nadenken of je niet te veel gebruikt.
Vorige week zaterdag zijn wij in ons huis ingetrokken. Op dat moment waren de loodgieters nog bezig met het in orde maken van de waterleiding naar de gootsteen in de keuken, naar het fonteintje in de hal en naar de wc en de douche in de badruimte. Al het water komt uit een grote polytank die naast ons huis op een stellage van 3 meter hoog staat. Ik schat dat er zo’n 1000 liter in gaat. Die tank was , neem ik aan, vol vorige week zaterdag. Hij is nu leeg.
Op het moment dat onze gast Adrienne van het toilet gebruik maakt, is ineens het water op. How embarrassing. Maar wij, volunteers, zijn niet voor een gat te vangen. Wij geven geen krimp. We pakken het leven op alsof er niets gebeurd is en gaan over tot de orde van de dag. Jeannine en Adrienne gaan naar de markt. Ik ga afwassen (met drinkwater uit een fles).
Nu snap ik beter waarom onze Ruby ons bij het verstrekken van onze inboedel ons ook twee 100 liter emmers verstrekte. Als ze straks de polytank komen vullen, laat ik die emmers ook maar even vollopen, zodat we wat reserve water hebben als we weer eens plotseling zonder zitten.
Want binnen 2 uur komen ze water brengen, is er beloofd. Er is in onze omgeving geen waterleidingcircuit. In andere delen van Wa is dat er wel maar dat ervaren de gebruikers niet altijd als een genoegen: de druk op de waterleiding is erg beperkt, waardoor er maar een miezerig straaltje uitkomt. Onze polytank echter op 3 meter hoogte geeft prima druk, waardoor we onder andere bij iedere douchebeurt mogen genieten van een prima waterstraal. Als er dus water in de polytank zit, tenminste.
Zoals ik al zei: er is beloofd dat er binnen 2 uur een watertankauto van Lafrans voorrijdt die onze polytank weer volgooit. Dat zou 10 cedi moeten gaan kosten. Onze nieuwe kennis, die tevens buurman is op onze compound, is manager bij Lafrans en hij heeft ons eerder deze week zijn diensten aangeboden toen hij samen met onze landlord kennis kwam maken. Een telefoontje is genoeg om de bestelling in gang te zetten. Nu maar hopen dat ze echt komen, want morgen wordt Independence Day gevierd (de 54-ste) en dan wordt er niet veel gewerkt hier, vrees ik. En omdat deze nationale feestdag deze keer op zondag valt, is iedereen op maandag ook vrij.
Het water wat geleverd wordt door Lafrans is geen drinkwater. Tenminste niet voor ons westerlingen met onze gevoelige maagjes. In onze VSO-uitzet zat ook een waterfilter: 2 pannen op elkaar met in de bovenste 2 kalkfilters waardoor het wat in de onderste pan loopt. Daar zit een kraantje, waarmee we onze flessen vullen. Die zetten we dan ter koeling in de fridge (ik denk dat ik over 4 weken 25 % engelse woorden produceer in een tekst als deze).
We kochten in het begin heel braaf flessen bronwater (1 cedi voor 1,5 liter) maar zijn er inmiddels achter gekomen dat de plastic zakjes water van een halve liter in een tray verkocht worden van 15 liter welke 1,5 cedi kost. Het is dan wel geen bronwater, maar het is gefilterd water en lest de dorst net zo goed.
Als een Ghanees op bezoek komt, is het eerste wat je doet hem of haar water aanbieden. Nu geven we dus gastvrij ieder die het wil zo’n zakje. De gemiddelde Ghanees drinkt niet steeds een slokje, maar bijt een puntje van het zakje en knijpt de inhoud van de halve literzak in een keer in zijn mond om deze handeling routineus af te sluiten met het weggooien van het zakje in de openbare ruimte.
Het water is in de regel overdag handwarm. Om te douchen is dat niet altijd lekker. ’s Nachts koelt het wat af, zodat de ochtenddouche meestal wel verkoelend is. Overdag is het natuurlijk wel makkelijk voor je (af)wasjes.
3 liter water per persoon om te drinken, dan nog het nodige water voor koffie, thee en havermoutse pap. Water voor het koken van rijst, aardappels, spaghetti, groenten. Water voor het wassen van groenten en fruit. Water voor de afwas. Water voor de douche (2 maal per dag) en water voor de wc (als het tegenzit meerdere malen per dag – en het zit nogal eens tegen). Water voor het wassen van kleren. Daarmee maken wij met zijn tweeën in een week een polytank met water leeg, lijkt het. Vanaf nu gaan we bijhouden hoe lang we met een polytank doen.