7 maart 2012

Weer vader en moeder

De tweede lichting kids is gearriveerd: Rik en Hilke. Ze hebben een hectische tijd achter de rug van Zürich naar Nederland en terug. De stage aan het afronden en werk zoeken. En nu weer naar Wa. Ze hebben een voorspoedige reis gehad en kwamen fit als een hoentje (!) op maandagmorgen in Wa aan. Het is voor hen wennen aan de hitte. Ze hebben al een stukje van ons leven hier ervaren, mensen ontmoet, op kantoor geweest en met de kinderen uit de buurt gespeeld. Bas en ik hebben genoten van DE koffie, peperkoek, stroopwafels, drop, kaas en pure hagelslag! We zijn naar de viering van independanceday geweest, voor de insiders: Hilke en ik allebei in rok!!! Ghana doet wat met een mens. Vandaag hebben we plannen gemaakt hoe de tijd te gebruiken die we hier samen hebben. Gedeeltelijk werken we nog wat en hebben we een paar belangrijke vergaderingen. Daartussen in gaan we samen op pad om Ghana te verkennen. We zakken af naar Cape Coast om de kust  richting Ivoorkust  te gaan ontdekken. Er is daar een oerbos, een dorp op palen, een turtlebeach (en als je geluk hebt zie je ze ook nog) en een bomenpark wat wij ook  nog niet hebben gezien. Natuurlijk verdiepen we ons in het slavenverleden en hopen ook nog wat uit te rusten. Er is nog het Molepark dat Rik en Hilke in de laatste week willen bezoeken als wij vergaderingen hebben en er zijn de hippo's die aanstaande zondag aan de beurt komen.
Het leukste is gewoon genieten van het bij elkaar zijn, Ze hebben het spel Carcassonne meegebracht en de nodige sudokuboekjes, dus we houden ons goed bezig. Lekker kletsen, goed slapen, een biertje bij de spot, samen koken, ja ook samen afwassen, lekker lezen, het lijkt wel vakantie!

25 februari 2012

Say NO

Vandaag is de laatste bijeenkomst geweest van lessen sexuele voorlichting voor pubers (13-17 jaar) van een kindertehuis in Wa. Chiild Support biedt een thuis voor 35 kinderen tot 18 jaar, die om uiteenlopende redenen niet meer thuis kunnen wonen zoals ouders overleden, weg of gehandicapt, te weinig mogelijkheden voor zorg en aandacht, niet meer naar school, onvoldoende voeding, noem maar op. De kinderen wonen nu in een complex met 3 huismoeders waarvan er 2 altijd aanwezig zijn en een kok. De directie is half Nederlands en half Ghanees. De staf wordt aangevuld met  vrijwilligers die vooral uit Nederland komen. Meestal hebben ze een medische achtergrond om te assisteren bij de poliklinieken in een paar dorpen rond Wa. Vorig jaar waren Lis en Yvonne als vrijwilliger in Wa en zij hebben een pedagogische achtergrond. Zij hebben een programma geschreven om sexuele voorlichting te geven aan jonge mensen in Ghana, rekening houdend met de Ghanese cultuur. Thema's als wie ben ik, hygiëne, groter groeien, verschil tussen jongens en meisjes, puberteit, HIV en Aids en zwangerschap komen aan bod. In Ghana zijn ze niet gewend om over deze zaken te praten. Bovendien hebben sommige meisjes bepaald geen leuke ervaringen met seksualiteit. Zoals bij alle jonge meisjes hier, dreigt er altijd een vroege tienerzwangerschap. Het is belangrijk ze te informeren maar ook vooral te laten nadenken welke keuzes ze kunnen maken. Het is oefenen met NO zeggen als jongens sex met je willen. Het is nadenken wat de gevolgen kunnen zijn van bepaald gedrag en hoe je problemen en ziektes kan voorkomen. Sinds November heb ik samen met Lotte en Thijs, een nieuw stel Nederlandse vrijwilligers,  het programma uitgevoerd. We hebben alle thema's vertaald in het Engels om vooral de Engelse begrippen en uitleg goed over te kunnen brengen. Best een klus. Daarnaast hebben we het programma bij elke les moeten aanpassen aan het denkniveau en lees- en schrijfniveau van de kinderen. Maar het programma  is een prima bron om uit te putten.
We zijn gestart met een kennismakingsochtend met allerlei spelletjes zodat de kinderen weten wie we zijn, om de lessen aan te kondigen en de goede sfeer te bevorderen. Het was erg leuk: stoelendans, flessenvoetbal, bal gooien en naam noemen, blindemannetje, we hadden echt plezier!
Alle lessen hebben we gegeven in het klaslokaaltje van Child Support. we gebruikten allerlei werkvormen als een speurtocht, een persoonlijk recept schrijven, je eigen tijdlijn maken, rollenspel en quiz. We hebben de lessen uitgebreid  met plaatjes en filmpjes (powerpoint) voor veel kinderen die het Engels niet zo beheersen een goede ondersteuning. Ze zijn erg geïnteresseerd. Voor sommige kinderen is het niet zo moeilijk om over dit onderwerp te praten. Alleen als het over hen zelf gaat, zwijgen ze in alle talen, dat is moeilijk. Sommige kinderen zeggen helemaal niks en dan zie je ze ineens in een rol en dat spelen ze prachtig. Mooi om mee te maken. Rollenspel vinden ze erg leuk, echt lachen geblazen.
Vandaag op de laatste dag had ik cake gebakken, een cake met hindernissen. Zodra het beslag klaar was gisteravond viel de stroom uit. Hoe houd je beslag goed dat ook weer niet koud mag zijn anders rijst de cake niet??? Vanochtend ging de stroom weer aan en Bas heeft het afgemaakt en de cake naar ons gebracht. Hij vertelde dat 10 minuten voor het einde van de baktijd de elektriciteit er weer mee stopte. Maar het was heerlijk. Daarna hebben we nog kleren die vrijwilligers hebben achtergelaten verdeeld, iedereen een nummertje en in volgorde uitzoeken en passen wat je het liefste wil hebben. Iedereen blij.
Het is erg leuk om te horen van de Amerikaanse vrijwillgster, dat het erg leuk was en dat je wel kan zien dat ik  teacher ben. Ik ben het nog niet verleerd!!

22 februari 2012

Omboware, de bult bij Wa


Onze tochten op de motor naar collega’s in Nadowli of Lawra voeren altijd langs die “bult”een paar kilometer buiten Wa. Het is een opvallende heuvel, rots, aan onze rechterhand, net voor het eerste dorp Kaleo. Het hele landschap is licht glooiend, heuvelend en dan valt die puist wel op. Bas heeft ideeën om er een toeristische uitspanning te beginnen. We horen van Erik van Child Support dat het niet zomaar een berg is, maar een soort heilige berg, waarvoor je toestemming nodig hebt om hem te beklimmen.
Op een heiige – misschien wel heilige - zondag in de aanloop naar de Harmatan besluiten Bas, Bob en ik de berg te bezoeken op onze motor. Het is nog een gepuzzel om de goede weg te vinden. Geen bordjes natuurlijk. Zandwegen leiden uiteindelijk tot het dorp Ombo. Omboware betekent de berg van Ombo.We vragen na hoe we bij de berg moeten komen. We moeten eerst bij de chief van het dorp komen. Er worden stoelen onder een boom gezet. Er komen nog 2 oudere mannen. Ze zien er niet als de notabelen van het dorp, in sjofele kleren en een met wollen muts, maar vooruit. Allereerst moeten we 3 cedi betalen en een jongen wordt erop uit gestuurd om de lokale gin te kopen. Als hij terugkomt begint een ritueel van plengen voor de voorouders en iedereen krijgt de gelegenheid een slok te nemen. We mogen de berg vandaag niet op omdat het weer niet goed is. We kunnen beter terugkomen als het weer beter is. Vrouwen mogen ook de berg niet op als ze ongesteld zijn, maar Bas stelt hem gerust over mij!! We willen toch de berg van dichtbij bekijken en we moeten daarvoor weer wat betalen. Het hele gesprek is net zo mistig als de omgeving, maar dat past bij de sfeer. We willen op weg gaan, maar een jongen moet ons vergezellen. We zeggen dat dat niet nodig is. Hij komt naar mij toe en zegt: mama (dat zeggen ze hier wel meer tegen een “oudere” vrouw), als ik niet meega dan denkt de chief dat ik het niet wil en dan krijg ik problemen. Dus hij mee, bij Bas achterop. Aan de voet van de berg stallen we onze motors en lopen een stukje omhoog over een rotsachtige bodem , het lijkt op gestold gesteente. De lokale mythe is dat het ooit een rivier is geweest, die dorpen verslonden heeft waarbij mensen omgekomen zijn. Naast de berg is een heilige plaats, een shrine, om te bidden en om steun te vragen in het traditionele geloof. De berg is nu kaal. In de regentijd is het er volop begroeid en dan vangen de jongens uit het dorp aapjes en hagedissen.
Halverwege omhoog proberen we Wa te ontwaren maar daar is niets van te zien. Het is te mistig. We moeten dus zeker nog een keer terugkomen om van het uitzicht te genieten. We bezoeken nog het nabijgelegen dorpje met een uitzicht op de berg en met kinderen die het prachtig vinden om op de foto te worden gezet.
Op de terugweg krijgt Bas weer motorpech, zoals bijna elke keer. Bob en ik gaan olie kopen. Het type motor van Bas verbruikt heel veel olie, daar moet hij dus meer rekening mee gaan houden.
We hebben genoten van dit stukje traditioneel Ghana op deze mistige zondagmorgen bij de bult, die zijn geheimen een klein beetje aan ons heeft prijs gegeven.

12 februari 2012

Onze carrière tot zo ver.


We zijn bijna een jaar van huis. Morgen, 13 februari is het zo ver.
Da’s een moment om eens terug te kijken, wat er zoal gebeurd is. Als het goed is hebben we jullie aardig op de hoogte gehouden van ons huiselijke leven in Wa het afgelopen jaar. We kunnen ons echter voor stellen dat het niet voor iedereen even helder is wat wij nu precies voor werk doen. Want daar zijn we toch voor gekomen, niet dan? Een bijdrage leveren aan het ontwikkelingsproces in Ghana.
Tussen de regels door heb je al kunnen lezen dat de invulling van ons formele werk een heel gevecht is geweest tot nu toe. We hebben daar niet zo veel over verteld in de blog omdat het anders zo’n negatief verhaal wordt en dat is voor de lezers niet leuk, maar het is uiteraard voor ons zelf ook niet inspirerend. Er is één leefregel geweest die we altijd hoog in het vaandel hebben gehouden: positief blijven en ondanks alles naar constructieve oplossingen blijven zoeken. Dat lukt ons over het algemeen best (maar niet altijd natuurlijk). En eerlijk gezegd zijn we allebei best trots dat we dat positieve gevoel vast kunnen blijven houden.

Even een resumé. Dat mag op dit moment, omdat er een einde lijkt te komen aan het vechten voor werk.
Vorig jaar, eind februari, kregen Jeannine en ik een werkplek op het regionale kantoor van de Ghana Education Service (GES) in Wa, in de Upper West Region. Voor Jeannine stond al vast dat zij daar zou komen werken als Regional Inclusion Officer. Ik zou op het districtskantoor (elke regio bestaat uit een aantal districten) van GES gaan werken als ICT Support Officer. Bij kennismaking met de interim directeur die zowel het regionale kantoor als het districtskantoor in Wa aanstuurde, werd duidelijk dat ook ik op het regionale kantoor zou komen werken. We waren het er over eens dat het een goede zaak zou zijn als ik me voor de hele regio zou inzetten. Hij waarschuwde toen al: ik ben slechts interim, ik kan wel eens heel snel weg zijn en dan weet ik niet wat mijn opvolger er van vindt. Aan die uitspraak werden we het afgelopen jaar helaas vaak herinnerd door de nieuwe directeur!
Ondanks dat de werkgebieden en taken van ons beiden nogal verschillen, zijn er schrijnende overeenkomsten over hoe er in het algemeen met ons en onze werkmogelijkheden is omgesprongen:
·         Er zijn geen afspraken tussen VSO Ghana (VSOG), GES en ons, volunteers, over het concrete werk wat er van ons verwacht wordt. De procedure om tot zulke afspraken te komen heeft wel geleid tot een soort werkplan voor ons, maar strandt steeds op gebrek aan middelen, medewerking en/of ondersteuning;
·         Het gemis aan afspraken tussen VSOG en GES houdt ook in dat GES niets financieel bijdraagt aan het verblijf van VSO vrijwilligers en er zodoende ook geen wederzijdse  verantwoordelijkheid is voor elkaars bijdragen;
·         We voelen ons niet voldoende gesteund door VSOG in ons verblijf en in ons werk in Ghana;
·         GES en hun nieuwe directeur hebben geen hulpvraag voor ons. De directeur heeft (nog) geen zicht op wat er speelt binnen zijn Regio en heeft geen geld. Zodoende kan hij ons ook nog niet zeggen waar we iets kunnen bijdragen. We hebben de indruk dat er een machtspel speelt;
·         Overige medewerkers van GES zijn erg aardig, maar zijn gewend om werkopdrachten af te wachten vanuit hoger in de hiërarchie en ze zijn zeker niet gewend om buiten de directeur om een hulpvraag aan ons te stellen. In veel gevallen hebben ze zelf niets om handen.
Als het nu nog zo was dat deze zaken alleen voor ons twee speelden, dan hadden we iets om bij ons zelf te raden te gaan. Beschreven gang van zaken geldt echter voor veel VSO vrijwilligers, vooral voor hen die bij GES werken. Natuurlijk zijn er best succesverhalen van VSO-ers te vertellen, maar ze zijn in de minderheid en vaak het gevolg van het feit dat deze vrijwilligers een onafhankelijke weg volgen, los van alle afspraken.
De ontwikkeling die we zelf in afgelopen jaar hebben doorgemaakt is:
·         Komen tot (samen)werken vraagt vertrouwen en kost daarom veel tijd;
·         Als die samenwerking niet tot stand komt, geef je de tijd daarom eerst een kans;
·         Als het lang gaat duren, ga je eerst bij jezelf te rade: wat kan ik beter doen om iets te realiseren;
·         Langzamerhand ontstaat het beeld dat onze trage opstart geen incident is, maar dat heel veel VSO-ers dit overkomt. Helaas is onze ervaring ook dat onze voorgangers die dit overkwam het meestal daar bij lieten en bij einde van hun placement gefrustreerd naar huis gingen (“we hebben een hele leuke tijd en mooie ervaringen gehad in Ghana, maar het werk was knudde”). Vaak ontbreekt de tijd om iets te doen. Zeker bij een eenjarig verblijf realiseer je pas in je laatste fase van het verblijf hoe zaken in elkaar zitten. Je maakt een opmerking in je end-of-placement-meeting en dat was het dan;
·         VSOG blijkt een grote rol te hebben in het niet functioneren of niet bestaan van afspraken. Dat het op GES niet optimaal verloopt, mag je verwachten. We zijn er om een bijdrage tot verbetering te leveren. Van VSOG hadden we andere verwachtingen. VSO UK en VSO NL hadden ons geïmponeerd door hun professioneel hoge niveau. Wij hadden van VSOG een zelfde niveau verwacht. Waarschijnlijk niet terecht, omdat VSOG een 100% Ghanese bemensing heeft;
·         Omdat wij een 2-jarig contract hebben, nemen wij ons voor om onze tijd te gebruiken om te proberen zaken aan te kaarten en mogelijke veranderingen te forceren;
·         We maken smart afspraken met onze VSO programma managers en onze lijnmanager bij GES. We leggen deze afspraken vast en proberen iedereen zich er aan te laten houden. Dat lukt niet. Zowel niet bij GES als bij VSOG. Dit proces loopt vanaf juni tot en met oktober 2011;
·         In oktober leggen we onze problemen voor in een bijeenkomst van alle VSO-ers in de Upper West Region. Er is veel herkenning bij anderen. We besluiten samen een brief te schrijven naar de Country Director van VSOG waarin we onze gezamenlijke zorgen uiten en om een gesprek vragen om mogelijke verbeteringen af te spreken;
·         In november vindt dit gesprek plaats met de (inmiddels nieuwe tijdelijke, Engelse) VSO Country Director, de tijdelijke Deputy Director (= de oude tijdelijke country director) en de VSO programma manager. Onze zorgen worden besproken en men belooft met oplossingen te komen;
·         Hetzelfde comité bezoekt samen met ons 2 onze GES directeur en maakt kennis met het onvermogen van deze man om een goed werkplan voor te leggen;
·         Begin december schrijven Jeannine en Bas een brief aan GES en VSOG met de eis om een goed werkplan voor ons af te spreken. Aan VSOG zeggen we dat indien dit niet mogelijk is voor 16 december, wij er op staan een andere placement aangeboden te krijgen;
·         In januari is een bijeenkomst van VSOG staf (gedeeltelijk samen met ons twee) waarin een nieuwe opzet besproken wordt hoe voortaan tussen VSOG, partners en vrijwilligers zal worden samengewerkt. Er worden voortaan clusters van vrijwilligers gevormd  in een bepaalde regio. Vrijwilligers worden niet meer aan één specifieke partner gekoppeld (zoals GES), maar kunnen bij allerlei partners die daar specifiek om vragen ondersteuning gaan geven. Programma manager en cluster bekijken samen waar leden het beste ingezet kunnen worden. Er wordt gezamenlijk contact onderhouden met alle stakeholders;
·         Jeannine heeft een nieuwe placement aangeboden gekregen als Inclusion Officer in het nieuw te vormen cluster voor Jirapa en Lawra (2 districten die centraal gelegen zijn in de Upper West Region). Ze gaat werken onder regie van ProNet, een lokale NGO die veel werk verzet op het gebied van Food Security, Gender Equality en Disability. ProNet werkt samen met VSOG en GES aan het TENI project, een door de Engelse charity organisatie Comic Relief gefinancierd project dat de invoering van Inclusief onderwijs voorstaat;
·         Bas heeft een nieuwe placement aangeboden gekregen als ICT Training and Development Officer in het nieuw te vormen cluster voor de districten Wa Municipal, Nadowli en Sisala East. Hij gaat werken onder regie van VSOG, o.a. aan een onderzoek over de ICT activiteiten in het onderwijs in Ghana;
·         Begin maart is er een bijeenkomst georganiseerd voor alle betrokkenen in de Upper West Region, waar een start gemaakt wordt met de nieuwe manier van werken. Als het goed is komen partners daar met de eerste hulpvragen voor de volunteers in de clusters.
We hebben een goed gevoel bij wat er aan veranderingen aan zit te komen en zeker ook omdat we daar zelf samen met de andere volunteers aan hebben kunnen bijdragen. Ook al heeft een en ander bijna een jaar moeten duren.
Zoals jullie verder al hebben kunnen lezen hebben we naast deze activiteiten niet stil gezeten.
Jeannine:
·         Ondersteuning van Nursery / Kindergarten Ancilla bij de organisatie van het onderwijs;
·         Opzetten van een braille bibliotheek op Wa Secundairy High School;
·         Ondersteuning van het TENI project in Jirapa;
·         Een cursus seksuele voorlichting geven aan puber straatmeisjes in het opvanghuis van Child Support in Wa;
·         Workshops geven met als doel awareness te kweken voor Inclusief Onderwijs;
·         Het ontwerpen van een assessment tool voor kinderen die dreigen uit te vallen in het reguliere onderwijs.
Bas:
·         Ondersteuning geven aan het automatiseringsproces op de kantoren van GES in de Upper West Region;
·         Opzetten van een Mobiel ICT Resource Center voor Junior High Schools in afgelegen gebieden waar geen computers en geen elektriciteit voorhanden is;
·         Training en ondersteuning geven op ICT gebied, waar nodig.

Ten slotte.
Waarom zo een epistel? Omdat het gaat over essentiële zaken die ons hier bezig houden. Waarom zijn we hier? Doen we wel zinnige zaken hier? Omdat we op een of andere manier het gevoel hebben dat we ons moeten bewijzen en verantwoorden naar onze achterban dat we wel zinvol bezig zijn hier in Ghana. Omdat we ook wel eens denken dat jullie daar in Nederland het idee hebben dat we met van allerlei vage dingen bezig zijn hier. En inderdaad, soms doet het heel vaag aan. Zit je te wachten of te vissen bij je Ghanese collega’s wat ze nu precies van je willen en of ze wel echt iets van je willen. Want het gaat echt anders dan in Nederland. Langzamerhand worden die andere culturele gevoeligheden steeds duidelijker en wordt het daardoor ook beter werkbaar. Soms denk je op de goede weg te zijn om het volgende moment onderuit gehaald te worden. Maar soms ook zie je het helemaal niet meer zitten om dan ineens weer iets moois voorgeschoteld te krijgen. Onderling hebben we het met de volunteers over een emotionele achtbaan waar we in zitten hier in Ghana: up en down!
Maar blijft staan: deze twee jaar zijn 2 hele bijzondere jaren van ons leven. Het is goed leven hier in Ghana. Anders dan in Nederland, maar wel veel meer relaxt. En dan zijn er de mensen, de contacten met medevolunteers, de zoektocht, hoe het onze kijk op het leven verdiept, hoe goed we het samen hebben, het reizen in Ghana etc.. En dat willen we niet missen.

21 januari 2012

Awalla??

Hoeveel kost het? Dat vraag je aan de marktvrouwen. Om een  idee te geven van de prijzen: 
Voor 50 cent kun je 6 tomaten krijgen of  6 uien of 2 kleine komkommers of 1 kropje sla of  5 sinaasappels. 1 Grote yam (voor 2 keer als hij niet gaat rotten - heb ik nl. vaak-) kost een euro, 1 kilo rijst voor 1,50, 1 pond macaroni voor 60 cent, 1 ananas voor 1,50, één appel voor 75 cent ! 200 gr, cheddarkaas voor 5,50 (slik!), 1 pak papieren zakdoekjes 1,50 (=hier luxe), 1 blikje champignons voor 2 euro. De westerse producten zijn dus best prijzig. Maar af en toe moeten we onszelf een beetje kietelen.In de grote steden van Ghana (Kumasi en Accra) zijn meer producten te krijgen, maar daar zijn de prijzen over het algemeen hoger.
Zo langzamerhand hebben we onze vaste adresjes om onze boodschappen te doen. Op de markt verdeel ik mijn inkopen over verschillende kraamples om iedereen wat te laten verdienen. De meeste verkoopsters hebben ook een beperkt assortiment, bijvoorbeeld alleen yams of pepertjes of gedroogde vis. Mijn vaste verkooppunten op de markt zijn een oudere vrouw die sla (kruising andijvie en ijsberg) verkoopt, een enthousiaste vrouw die me altijd begroet en iets extra's toestopt. Ik heb haar foto afgedrukt, ze was er vandaag zo blij mee, ze omhelsde met tot 2x toe. Een jonge vrouw die prachtig op de foto staat en die wat meer "onze" groente verkoopt: boontjes, wortels. Het is in Ghana gewoonte om iets meer te geven, 1 extra banaan of paprika, die al wat ouder is. Blikjes e.d. worden vooral gekocht bij de "Point en Shout", van achter de toonbank roep je wat je wilt hebben en een stel jonge mannen pakt het dan. Afrekenen doe je bij een soort madam in een totale chaos: met zijn allen (het is er altijd druk) rondom 1 kassa. Eigenlijk is het een groothandel, de prijzen zijn er laag. We moeten ook altijd even langs de African-European shop, je snapt het al: het assortiment is wat uitgebreider en wat meer op westerse eters gericht. Het assortiment is het afgelopen jaar uitgebreid. Nu kun je er cheddar kaas kopen (wat een verademing na al die laughing-cow), olijven, italiaanse kruiden en kaneel, mais in blik en soms aubergines en pompoen (lekker soep!!). Dan is er de Princess-market, waar een alleraardigst meisje de winkel runt. Ik heb er ooit speculaas en snickers gekocht, maar dat is dan éénmalig, het is handig om er even te gaan kijken...... Aan de slager wagen we ons niet aan, Bas eet knakworst of luncheon meat uit blik of worstjes van de cold-store. Fruit koop ik meestal op weg van kantoor naar huis in 2 fruitstalletjes . Faiza is een meisje van een jaar of 13 en ze helpt heel vaak tot ’s avonds laat.  De andere fruitvrouw was erg blij met haar foto’s en ik ben nu haar vriendin. Het lukt haar steeds om toch de verkeerde appels te geven, ik wil de rode en dan stopt ze er toch 2 golden delicious bij?!?. We hebben ook een mineral lady om de hoek: voor sap, rode wijn uit karton (voor 1,50!), waterzakjes en af en toe cola of tonic (als het heet is hebben we daar behoefte aan). Ze kan niet zo goed rekenen en meestal in haar eigen nadeel. Dan doen we het samen en dat waardeert ze wel. Ons vaste adres voor een Ghanees maal is Alems, waar Odette de scepter zwaait, een maal zonder vlees kost 1 euro, met kip of vis 2 euro. Ze is erg attent en wil het ons graag naar de zin maken. Soms gaan we naar Ghana 50, waar onze buurvrouw baas is, ook lekker maar 2 keer zo duur. Daar kun je lekker onder een grote boom zitten, heerlijk!
Van tevoren wisten we niet wat te verwachten wat  in Wa te krijgen is. Het is goed te doen, al die toeters en bellen bij ons, al die nieuwe smaakjes heb je eigenlijk niet nodig.
En die ene keer dat we een chocoladeletter eten (in Januari), dat is dan wel heel lekker!!

16 januari 2012

Van Accra naar Wa

We plannen zaterdag 14 januari  te vertrekken van Accra naar Wa met collega VSO Adrienne, die net terug is van 4 weken thuis in Engeland.
Bas gaat op donderdagochtend naar het O&A busstation om kaartjes te kopen voor de bus van zaterdag. Eerder dan twee dagen vooraf kan niet, zeggen ze altijd. Toch zijn er geen kaartjes meer en ook voor zondag is het nog niet zeker of er wel een bus beschikbaar is. Bas moet een half uur wachten in een lange rij met studenten die terug moeten naar hun universiteit in Wa. Iedereen wacht gelaten. Na een uur gaat Bas eens informeren hoe het er voor staat? Gaat de kaartverkoop nog beginnen? Nee, kom zondagochtend maar terug. Ik kom eens even naar binnen, zegt Bas die voor het loket is blijven staan. Hij probeert in alle toonaarden te doorgronden wat hier nu gaande is en waarom het gaat zoals het gaat, zelfs een fake telefoongesprek komt er aan te pas. Het hoogst haalbare: Bas betaalt het geld voor de kaartjes vooraf in ruil voor een soort van reservering  en moet zaterdagochtend terugbellen om te vragen of er dan misschien toch nog een bus gaat op zondag. Op zaterdagochtend 7 uur wordt gezegd dat er om 9 uur teruggebeld moet worden. Om 9 uur wordt eerst 4x niet opgenomen, maar uiteindelijk wordt opgenomen: bel zondagochtend maar terug. Inmiddels hebben we het wel gehad. We besluiten onze spullen in te pakken, naar het busstation te gaan, ons geld terug te vragen en een kaartje voor de bus naar Kumasi te kopen, als dat lukt.
Met een lichte buikpijn komen we aan bij het loket. Bas krijgt meteen zijn geld terug en de man regelt 3 kaartjes voor Kumasi. Een uur later, om half twaalf,  zitten we in de bus en zijn op weg! De weg is voor een deel nog steeds - al zolang als we hier zijn -  ‘under construction’ en dat leidt tot deels langzaam hobbelen over zandweg. Om half 6 komen we aan en hebben meteen een taxi naar het Presbyterian Guesthouse. We vragen de taxichauffeur, die heel serieus lijkt, of hij ons de volgende dag om 6 uur ’s ochtends op kan halen om een trotro (klein busje) naar Wa te vinden. Afgesproken. Nog even telefoonnummers uitwisselen, voor het geval… Het geval meldt zich om kwart voor een in de nacht, als we net diep slapen. Het is moeilijk te volgen, maar Bas maakt er uit op dat er een andere taxi zal komen. De rest van de nacht is het met slapen gedaan en doen we alleen wat hazenslaapjes. En om 6 uur geen taxi!! Gelukkig vinden we een oude krakende taxi die ons naar een busstation brengt waar er zowaar een volwaardige touringcar staat met  bestemming Wa. Mooi!
Maar dan begint er een circus zoals we nog nooit hebben meegemaakt. Er worden kaartjes voor ons geregeld (hopen we), we moeten wachten. De laadruimte van de bus gaat open en er komen 3 mannen uit (waar onder de chauffeur), die er de nacht hebben doorgebracht. Er komen meer mensen die “iets”te zeggen lijken te hebben, het is een gekrakeel van jewelste, een jonge man lijkt voortdurend ruzie te maken, een vrouw wiens hoofddoek telkens afzakt loopt met geld te zwaaien, maar wat haar rol is…. Een oude man probeert ons teveel te laten betalen voor de bagage: 10 cedi. Voor onze 3 tassen is 6 cedi gangbaar, dus we betalen 6, dan komt de boze jonge man erbij en wil ons nog 2 laten betalen. Uiteindelijk blijft het bij 6 en verdwijnen onze tassen in de laadruimte. De kaartjes die we hebben gekregen zien er oud uit, dus we zijn nog niet overtuigd dat we plaatsen hebben. Op een of andere manier is er een ruilactie geweest met andere mensen, want wij zitten voorin en we waren een van de laatste……Het klopt uiteindelijk wel en als we zitten komt een hele bups studenten binnen die op plastic krukjes in het gangpad worden gedropt. Propvol vertrekken we… naar het benzinestation. Daar weer een heel gedoe met al die mensen die iets met de bus van doen hebben. Er gaat weer allerlei geld over en weer, er is geen touw aan vast te knopen. Toch op weg om half 9 om te stoppen voor een politieman die met geweer de veiligheid in de bus komt waarborgen. Het duurt even voordat hij zit maar dan….. stoppen we bij een winkel voor wat proviand of zo en we zijn weer een kwartier verder voordat we Kumasi echt verlaten.
De chauffeur praat de hele tijd, iedereen lacht  en wij vinden het jammer dat we niet weten waar het over gaat. Hij rijdt rustig en dat is prettig. Na een lange reis naderen we Wa en de chauffeur begint af en toe mensen uit te laten, die moeizaam langs het pad naar buiten kunnen, de bagage moet worden gezocht in de laadruimte en telkens moeten we weer wachten.
Om 4 uur staan we in Wa bij de markt, nog 15 minuten lopen en dan zijn we thuis. We worden begroet door 'alle' kinderen uit de buurt. Al die stralende gezichtjes, hartverwarmend. Het huis is bedekt met een laag Harmatan-stof. Meteen beginnen we met vegen, afstoffen en uitkloppen. Dan is er mede-volunteer Bob die ons zo hartelijk begroet… Ja, we zijn echt thuis.

6 januari 2012

Een mooie tijd samen

Marthe en Wessel zijn vannacht vertrokken en nu op weg naar Breda en naar Loeka. We hebben een mooie tijd gehad samen. Nu is het weer wennen...
Het was mooi om ze Wa te laten zien en ze aan mensen voor te stellen die met ons werk en met ons leven in Wa te maken hebben. Marthe en Wessel hebben genoten van het kleuren en spelletjes doen met de kinderen in de buurt. Vooral Wessel heeft het Ghanese eten uitgeprobeerd. Ze hebben het leven in Ghana in alle geuren en kleuren in zich opgenomen. Open en onbevangen hebben ze contact gemaakt met veel mensen. Snel Ghanese gewoontes zoals het begroeten overgenomen. Dan kun je zien dat ze gewend zijn om te reizen en een nieuw land te verkennen.
Marthe heeft de brieven van haar brugklasleerlingen voor kinderen in Ghana - met een schrijfbloc en pennen erbij voor een retourbrief -  aan leerkracht Joseph in Jirapa overhandigd, na een reisje met de trotro. We zijn op visite geweest bij Erik en de kinderen van Child Support en dat was heel gezellig. Ook Ismail heeft verteld over zijn werk als Resource teacher van  de blinde studenten van Wa Senior High school.
We hebben genoten van het samen reizen. Eerst naar Mole met de bus, een belevenis. We hebben veel vogels, apen en antilopen gezien, maar ook 2 olifanten!. Voor ons voor de 3e keer toch weer een feest.  Bij Tamale verbleven we in een ecotoeristisch dorp Sognaayilli, een heuse compound als guesthouse en een tour langs vrouwen die spinnen, kuli kuli bakken (groundnut-ringen), een midwife die een baby wast, een fortuneteller (!!) en een bezoek aan de shrine waar de voorouders om hulp of advies wordt gevraagd. Ook hebben we gezien hoe een lemen huis wordt gebouwd. Daarna met de landrover over de rough road naar Nkwanta, dancing with the car noemde Agoro onze driver dat. En dat was het ook echt. Een hele ervaring, je komt op plaatsen waar je normaal niet komt. Vermoeiend en veel stof in alle gaten en kieren. Van het savannelandschap naar de het meer heuvelachtige tropische regenwoud van de Volta Region. Daar hebben we een waterval bezocht, gedanst met een groep drummers en dansers (Wessel op zijn handen!), een kente weaving dorp en een een beats-fabriek bezocht en een rondleiding gehad door een authentiek dorp Atsiekpoe aan de Lower Volta River. Een mooi beeld van Ghana. Ook echt avontuur omdat veel op Ghanese wijze anders uitpakte dan we hadden gedacht. We hebben dat samen super gedaan en koesteren de herinneringen aan deze reis. Met dank aan Agoro die het ons altijd weer naar de zin wilde maken. We hebben veel gerust, lekker gekletst, weinig gelezen, lekker gegeten, sudokuwedstrijdjes gedaan en boonanza gespeeld.
We hopen dat de terugweg voor Marthe en Wessel voorspoediger verloopt dan de heenreis en dat ze nu Casablanca hebben verlaten...