25 augustus 2012

Vakantie deel 2: Benin


Togo zit er op, Benin komt er aan. Een auto brengt ons snel naar de grens vanaf de hoofdweg nabij Lac Togo. Een 2 daags visum is niet meer te koop aan de grens, blijkt nu. De geuniformeerde man die ons moet doorlaten is onvermurwbaar: eerst terug naar Lomé om een visum kopen is de enige mogelijkheid. 8 uur later zijn we terug, met visum. Dezelfde man heet ons hartelijk welkom in Benin. Snel een groepstaxi gezocht in de drukke grensplaats. We worden afgezet bij Auberge de Grand Popo, een relatief rustig en luxe hotel aan een mooi stuk kust van Benin, net over de grens. Drie dagen lekker aan zee. Beetje lezen, beetje wassen, beetje wandelen, beetje internetten en lekker eten. Normaal wordt dit eenvoudige vissersdorpje in de weekends overlopen door mensen uit de grote steden. Nu is het er erg stil. In Grand Popo kunnen we met onze visa card betalen. Als het echter op betalen aankomt werkt de techniek niet. We hebben ook niet voldoende CFA’s meer om de rekening te voldoen. Gelukkig zit in onze reisriem nog een voorraadje euro’s die we voor noodsituaties hebben meegenomen.

Daarna door naar Ouida. We hebben onze eerste zem ervaringen. De motortaxi’s, zems, zijn er veel, snel en goedkoop, maar wel zonder helmen. In Ouida een uiterst eenvoudige doch prima hotelkamer gevonden. We bezoeken het lokale museum dat ons informeert over de Portugese slavenhandel op m.n. Brazilië. Grappig is om te horen dat teruggekeerde slaven Braziliaanse gewoontes hebben ingebracht, onder ander het carnaval. We horen over, en zien ook taferelen van het koninkrijk van Dahomey wat ons nog meer nieuwsgierig maakt naar Abomey, waar dit rijk vroeger gevestigd was en waar we over enkele dagen naar toe gaan. We lopen de oude slavenweg af die van het dorp naar de kust loopt. Een mooie wandeling langs bijzondere voodoo beelden en mooi waterland die eindigt bij de Porte de Non Retour. Zo’n poort heeft elke stad met een slavenfort. Deze heeft echter ook een Porte de Rétourné. Tegen de avond nog het Foret Sacree bezocht met wederom veel buitenissige beelden.

De volgende dag naar Cotonou, de informele hoofdstad van Benin. Vanuit Le Chante d’Oiseau (katholiek guesthouse) hebben we Cotonou verkend en alvast een visum voor Burkina Fasso gekocht bij het consulaat. Meteen maar een multi entry visum voor 3 maanden gekocht. Dan kunnen we nog een keer naar Burkina vanuit Wa de komende maanden. Cotonou is een erg drukke stad en vooral het aantal motoren en motortaxis is erg indrukwekkend. Het is een hele ervaring om in deze hectiek achter op zo’n motor te reizen. Gewandeld, geïnternet en onze enige Olympisch tv-ervaring gehad.

We gaan op route naar Abomey, met de bushtaxi. Lekker volgepropt, want als echte hollanders hebben we er voor gekozen om geen 3 plaatsbewijzen voor ons tweeën te kopen, zoals de chauffeur voorstelde, zodat we nu met 4 volwassenen op de achterbank zitten. En dat 4 uur lang. We zijn blij als we een keer kunnen stoppen zodat we de benen kunnen strekken.

Abomey is een van de hoogtepunten van onze reis. Dat weet je natuurklijk nooit van te voren. Maar achteraf zijn we erg blij met ons bezoek. We landen in hotel La Lutta waarvan we weten dat het erg basic is en dat eigenaar Da een excursie verzorgt langs de vele overblijfselen van het koninkrijk van Dahomey. Het is allemaal waar. Het hotel is errug basic en zolang als je in gedachten alles wat je hoort bewegen maar houdt voor een gecco of een lizard, dan is het goed uit te houden. De excursie is fantastisch. Da op zijn brommertje brengt Jeannine en mij – beiden achterop een zem – in 3 uur tijd langs talloze tempels en paleizen die zijn overgebleven uit het oude Dahomey. Da vertelt kleurrijk in zijn charmante engels. We bezoeken ook een fetish-markt waar je alle ingredienten kunt kopen die de traditionele genezer nodigt heeft om iets te brouwen om jou beter te maken. ’s Avonds kookt Da een heerlijke maaltijd voor ons die we in het ‘restaurant’ nuttigen.

Na een frans ontbijt, de volgende morgen, met de zems naar het busstation gebracht. Drie uur wachten op zo’n station is geen straf. Aankomst en vertrek van bussen is erg hectisch. Je ziet hoe de verkopers hun voorbereidingen treffen om daarna hun waren aan de man te brengen. Prachtige taferelen. Uiteindelijk vertrekken wij zelf in zo’n bus. We zitten lekker comfortabel op de achterbank en rijden over een prima asfaltweg naar Natitingou (Nati in de volksmond). In een gesprekje met een Beninois in de bus wordt Ghana met Benin vergelijken en de man prijst Ghana de hemel in vanwege de ontwikkeling die dat land doormaakt. Ik vertel dat wij andere ervaringen hebben: Benin lijkt beter georganiseerd, betere wegen, schoner, minder wildplassers, minder rommelige winkeltjes, meer authentieke muziek en cultuur, betere afwerking van meubels en huizen. In francofone landen wordt ook beter frans gesproken dan dat er in anglofiele landen engels wordt gesproken (voor zover dat te vergelijken is). Het franse regime heeft zich sterker laten gelden in hun koloniën dan het engelse en dat merk je nog steeds.

Nati heeft een leuke markt waar je als blanke nog over heen kunt lopen zonder steeds aangeklampt of aangesproken te worden. We regelen een bezoek aan Parque de Pendjari, een natuurpark met veel wild. Het wordt niet aangeraden om in de regentijd het park te bezoeken, omdat het wild zich terugtrekt in de natte bossen en omdat het hoge gras het zicht ontneemt. We boeken toch een auto met chauffeur voor de zondag. Om 5 uur in de morgen vertrekken we voor een reis van 100 kilometer naar het park. We komen aan in de ochtendschemer en bij binnenkomst bestijgen wij onze troon op de achterkant van de pickup. Heerlijk in de open lucht zien we alles aan ons voorbij trekken: prachtige vogels, baboons, olifanten, alle soorten antilopen. We hebben zelfs leeuwen gezien, iets dat we vooraf niet konden bedenken. Het gebeurde zo onverwacht, dat we eigenlijk maar 1 goede foto hebben kunnen schieten. We realiseerden ons ook niet dat we op een twintigtal meters van 6 volwassen leeuwen bevonden in de onbeschemde achterkant van een pickup. ‘Ce n’est pas dangereux’ zei onze guide. De middag gepast afgesloten in een prachtige eco-touristische omgeving met een waterval. Daar ook genoten van een eenvoudige maaltijd. Onze chauffeur bracht ons naar het stadje Tangieta, van waaruit we de volgende dag onze reis naar Burkina Fasso gaan vervolgen.

19 augustus 2012

Vakantie deel 1: Togo

Precies een maand geleden schreven we voor het laatst op de blog. Dat hoort zo als het vakantie is. Even helemaal weggeweest. Het voelt goed om weer thuis te zijn. Met mooie ervaringen. Een paar ervan willen we met jullie delen...
By the way, vandaag was het in Nederland warmer dan in Ghana, is het jullie toch gelukt!!

TOGO
We steken bij Ho de grens over ter hoogte van Kpalimé. In een oude taxi op een zeer slechte weg bereiken we Kpalimé. We zijn op zoek naar het dorp op het Daniye Plateau, waar ik ruim 30 jaar geleden 6 weken heb doorgebracht om mee te werken aan de bouw van een school. Ik herken het gebouw van Astovot, de organisatie waar ik mee ben gegaan, maar het is te huur. We bezoeken het Centre Artisanal, waar ik nu, net als 30 jaar geleden, een batikdoek koop. De manager van het hotel waar we verblijven blijkt uit een dorp te komen dichtbij Dayes Atigba, zoals "mijn dorp" heet. Hij verhuurt ons zijn wagen met chauffeur en hij gaat zelf ook mee. De tocht naar het Daniye Plateau is prachtig, mooie vergezichten en dat wist ik ook nog. Bij binnenkomst in het dorp herken ik de centrale pomp en de lange hoofdstraat. Er zijn 2 basisscholen aan het begin en aan het eind en ik ben verward. We lopen de weg 2x, we bezoeken de vervanger van de chief die meldt dat de directeur van Astovot uit mijn tijd, Mamadou Pam een paar jaar geleden is overleden. Ik kom er achter dat de plaats waar we destijds sliepen Foyer des jeunes heette. Nu is dat gebouw op een andere plaats. De zoon van de chief gaat ook mee, dus een hele delegatie helpt mij in het zoeken naar de overblijfselen uit mijn herinneringen. Foto's heb ik niet meegebracht, die waren al opgeslagen bij All Safe voordat we naar Ghana gingen, geen zoeken aan! Ik herken een graftombe en die blijkt inderdaad uit 1978 te zijn. Uiteindelijk komen we iemand tegen die op de school gezeten heeft waaraan wij meegewerkt hebben. De school is er niet meer (!), maar ze wijst de plaats waar hij gestaan heeft. Zij was in die tijd een leerling van de school. Nu begrijp ik dat de school bij binnenkomst van het dorp stond en ons verblijf aan het andere eind van het dorp en niet andersom. Herinneringen blijken steeds een magisch gebeuren. Het kwartje valt en het plaatje begint te kloppen. Ik herken een gebouw (achter een nieuwer gebouw), dat vrijwel zeker onze slaapplaats is geweest. Het is een heel bijzondere ervaring. We bezoeken ook nog het klooster van Dzogbegan en die herinnering klopt helemaal. We eten gastvrij bij de vader van Serge en slapen bij zijn zus in Daniye Elevayon.
Op de terugweg naar Kpalimé bezoeken we de waterval van Kpimé en ook daar komen herinneringen boven. Zoals Bas zei: dit is jouw dag en dat was het helemaal.

Een ander hoogtepunt in Togo was het bezoek aan een voodoo-priesteres in Togoville. Bij binnenkomst moeten we onze bovenkleding uit doen en een pagne (afrikaanse doek) omslaan. We moeten met een bepaalde wijze van handen klappen (op de knieën en 4x4 keer klappen in een ritme) onze komst aankondigen. Dan mogen we binnen in een ruimte met vele foto's en certificaten. Er staan "stools", een soort troon voor hooggeplaatste mensen, die we ook kennen van de Ashanti's in Ghana, wij zitten aan de overkant op matten. Een jong kind ligt lekker duimend op de mat voor de stool van de grand-pretre zoals ze heet. Ze blijkt een bekende priesteres te zijn en regeringsleiders komen ook bij haar. Na binnenkomst een opnieuw geklap is er een inwijdingsceremonie met sterke drank, dat ook voor de voorouders wordt geplengd op de grond. Er wordt betaald, natuurlijk. We mogen vragen stellen. We vragen om een succesvol einde van ons werk  in Ghana. We vragen ook nog om een goed woordje voor onze kinderen. Ze zal het meenemen in haar volgende ochtend-gebed. Dan praten we nog een tijdje en ik laat haar de foto's van de kinderen zien. Floris wordt een slim jongetje zegt ze en dat geloven we best graag. Ze geeft ons een armband ter protectie en ja, hij zit nog steeds om mijn arm, tot nu toe heeft het gewerkt....

20 juli 2012

Je hebt van die weken...

Dit was er zo een. In het weekend is er een incident geweest in Wa waarbij twee Amerikaanse Peace Corps volunteers betrokken zijn geweest. 's Nachts zijn ze overvallen en bedreigd met machetes. In de situatie die volgde is een van de overvallers door een volunteer met een zakmes gestoken. Later bleek de overvaller te zijn overleden. Veel onduidelijkheid, maar waakzaamheid voor ons was geboden. Ghanezen zijn erg rigoreus in hun mening en zeggen allemaal dat de overvaller dit verdiend heeft. Een paar weken geleden heb ik nog met de betrokken volunteer een heel gesprek gehad, een reuze aardige gast. Wat er nu gebeurt met hen is onduidelijk. Alle Ghanezen zeggen dat ze beloond zullen worden, maar dat gaat ons toch te ver. Het is onzettend voor de jonge mensen in kwestie, het was nauurlijk zelfverdediging, het zal je maar gebeuren. Peace Corps heeft alle volunteers uit de Upper West tot nader order teruggetrokken, net zoals een Franse vrijwilligersorganisatie. De Japanse Jaica-organisatie heeft vrijwilligers voorlopig verboden 's avonds op pad te gaan.
Wij voelden en voelen ons superveilig in Wa. Toch heeft de directeur van VSO Ghana de voorzorgsmaatregel getroffen alle Wa-volunteers voor 48 uur  te "evacueren" naar Jirapa en verder. Hoewel er geen aanwijzingen waren voor repercussies voor blanken, vonden ze dit toch nodig. Wij hebben 2 leuke dagen gehad bij Cath en Ellie, twee Engelse volunteers in Jirapa. Een flesje wijn erbij en veel gezelligheid, dat is nog eens leuk evacueren.
Bas heeft veel nuttig werk gedaan en computers van een trainingscentrum weer bruikbaar gemaakt. Op een computer werden 1400 virussen gevonden!!. Mijn werkgebied is Jirapa, dus ik had afspraken en een evaluatie met ouders, leerkrachten en GES-officer over de gehandicapte kinderen die nu naar school gaan in Kunchene. Ouders zijn erg blij. Lucy loopt redelijk met haar krukken en kan zelfs een klein stukje zonder krukken lopen (ze kon alleen maar kruipen!). Ze brabbelt kleine woordjes, tot nu toe zei ze niets. Ngmintuo is opener geworden, speelt met andere kinderen en hij begint al vragen te stellen (dit deed hij nooit). Hij begint ook al eigen antwoorden te geven, voorheen herhaalde hij meestal de vraag. De school wil ook Bakyelee opvangen in het nieuwe schooljaar. Er zijn ook nog wat problemen met vervoer en met goed zitten in de klas. De leerkracht wil wat hulp bij het lesgeven (zij is niet getraind!!). Tja, dan ben je gewoon blij! Ik heb wat foto's en filmpjes laten zien. Kijk ik op, staat er een cirkel van zo'n 80 kinderen om ons heen met allemaal van die verbaasde ogen, heel speciaal. Ze zien je dan toch als een marsmannetje.
Op de terugweg naar Wa blijkt (achteraf) mijn tas op het achterknipperlicht te drukkken, dat in de knalpijp wegsmelt. De tas is van onder verbrand (sorry Marijke en Rob van die groene Heineken-tas, hij is niet meer), wat kleren zijn geschroeid. Maar ik heb niets gemerkt, het had anders kunnen aflopen, dus weer erg blij.
En zo net gezongen voor jarige Floris, 1 jaar vandaag. Hiep hiep hoera! Ook voor jarige Wessel! Ook weer blij!

5 juli 2012

Vare



Vare is de naam voor blad, voor groen. Van Lawra naar Wa op de motor in het regenseizoen is geen straf. Zeker niet als ik nu heelhuids thuis terug kan kijken op een prachtige rit door het groen. We hebben nu volop regenbuien, geen kleintjes!! En het droge, dorre savannelandschap van Noord Ghana is groen. Ik heb nog nooit zoveel prachtig groen gezien. We hebben toch veel gewandeld  en veel door de natuur getrokken in Nederland en België, zou je zeggen. En toch is het hier zoveel groener, soms lichtgevend groen. Misschien door het contrast met het diepe rood van de aarde. Ook alles wat ik zie is natuurlijk, de huizen zijn van natuurlijke materialen, de palen zijn boomstammen, het klopt, het past. Mijn blik wordt nauwelijks gestoord door wat mensen op de aarde wegzetten. De weg is meestal helemaal leeg, alleen voor mij. De dorpen zijn kleine oases met vriendelijke mensen, kinderen die uitbundig zwaaien, het dorpsleven, mensen met hun koopwaar, mensen samen onder de mangoboom en de farmers op het land, het straalt een ongekende rust uit.  
Natuurlijk is het niet zo mooi als het eruit ziet. Het is hard werken voor de mensen - en de kinderen! -  op het land. Vandaag waren veel mensen op weg met hun dieren naar de markt in Nadowli, veel levend vee, maar ook een dood varken achter op de fiets, een geschoten haas op de rug of arme schapen bijeengefrot op het dak van een trotro. Ik kan er nu beter naar kijken, het hoort hier. Wat is het alternatief voor de mensen??
In mijn tuintje wordt het ook een beetje groen. Ja, we hebben een klein stukje grond op ons binnenterreintje klaargemaakt om wat te verbouwen, kijken hoe het groeit. De kinderen van Child Support hebben koeienmest verzameld van de kuddes van de Fulani's (herders uit Burkina Faso) die bij hen achter wonen.We hebben kikkererwten en bonen in de grond gestopt, van Sakia de buurvrouw heb ik zaad voor mais en okro gekregen, Twee yams die uitgeschoten waren hebben we in heuse heuveltjes geplant (dat hoort zo) en een paar koolplantjes (uit zaad gekregen van Marian) doen nog een laatste poging te overleven. Het bloemenzaad van Ine en Peter vond de omstandigheden hier te zwaar, helaas.
Vare, groen. De kleur van dit groen staat op mijn netvlies. Het is niet op foto´s te vangen, maar toch een kleine poging...

16 juni 2012

Met laptops naar de scholen: MIRC


Na een lange voorbereiding was het eindelijk zo ver. Ik, Bas, ben een aantal weken langs Junior High Schools in afgelegen gebieden gereden om de kinderen daar een bescheiden ervaring op te laten doen met het praktisch gebruik van een computer. De  bezochte scholen hebben geen faciliteiten, geen elektriciteit en zijn moeilijk te bereiken.
Het is namelijk zo dat kinderen aan het eind van hun JHS examen moeten doen in ICT. Veel van de kinderen in het noorden van Ghana en zeker in de afgelegen gebieden, hebben vaak nog nooit een echte computer gezien of er ooit op gewerkt.
Het is de bedoeling om aan het einde van deze weken samen met betrokkenen te bekijken of het project een vervolg verdient en – nog belangrijker – of betrokkenen hierin met menskracht en financiële middelen willen investeren.
Met dit in mijn hoofd heb ik het MIRC project opgezet. MIRC staat voor Mobile ICT Resource Centre. Eerst een voorstel geschreven om stakeholders warm te krijgen en om geld los te krijgen om de benodigde spullen te kopen. Uiteindelijk heeft het Ministery of Education in Accra mij 5 laptops gegeven, heeft RLG – de leverancier van de laptops – reserve batterijen voor de laptops gegeven en heeft mijn verjaardagsvisite in Nederland het me mogelijk gemaakt om een mooie usb-gevoede led-projector en dito luidspreker aan te schaffen. De overige kosten worden uit Ons Fons bekostigd. In de tussentijd heb ik Ghana Education Service van Wa Municipal District enthousiast gemaakt om dit project in hun district uit te voeren. 20 scholen werden aangewezen om mee te doen aan het project. Uiteindelijk zijn er daar 8 van overgebleven, omdat de overige scholen al zelf ICT faciliteiten hadden of over een ICT lab in de naaste omgeving beschikken.
Uiteindelijk heb ik een trainingsprogramma ontwikkeld (muis- en toetsenbordtraining en programma- en computerverkenning), heb de motor reisklaar gemaakt (een op maat gelaste boxhouder laten lassen; Wino, nog bedankt voor het idee) en de trainingsbox ingericht: naast het al eerder genoemde materiaal nog wat muizen en muismatten gekocht en de inhoud van een oude computer verzameld voor de look and feel. Het trainingsprogramma heb ik enigszins aan laten sluiten bij het al bestaande ICT curriculum voor JHS. Indien er ICT leerkrachten en boeken aanwezig zijn, wordt tamelijk stringent volgens dat curriculum les gegeven.
Allereerst begonnen met een kort intake gesprek met schoolhoofden en ICT leerkrachten om in te schatten of de scholen enthousiast zijn om mee te doen, om de verwachtingen te peilen en om duidelijk te maken wat het project nu precies inhoudt. Sommigen hadden de indruk gekregen dat de te gebruiken laptops op de school achter zouden blijven. Voor mij was het ook belangrijk om een ruimte met tafels en stoelen ter beschikking te hebben om in en aan te werken. Van de eerder genoemde 8 scholen zijn er uiteindelijk 6 overgebleven. Eén school ligt in de stad en maakt al gebruik van ICT faciliteiten in de buurt. De andere school had begin dit jaar 24 laptops van de overheid gekregen om mee te werken. De uitdaging voor deze school is nu om stroomvoorziening te realiseren, zodat de laptops ook daadwerkelijk gebruikt kunnen gaan worden.
In Ghana wordt relatief fors geïnvesteerd in ICT onderwijs. Speciale cursussen voor ICT leerkrachten, voor het automatiseren van de administratieve organisatie, PC’s en laptops worden door allerlei NGO’s en overheidsorganisaties aan scholen en schooladministraties gegeven, nieuw en tweede hands. Daar tegenover staat het gegeven dat de kwaliteit en kwantiteit van het bestaande onderwijs forse uitdagingen kent: tekort aan (gekwalificeerde) leerkrachten, klaslokalen onder de bomen, klassen van soms over de 100 leerlingen. Als het mee zit heeft een klas muren en een dak, ramen en deuren, voldoende bankjes voor de kinderen, een schoolbord met krijt en voldoende leerboeken voor de kinderen. Wat de ICT omgeving in de scholen betreft, komt het er vaak op neer dat als er al hardware is, dat er dan meestal geen elektriciteit en/of onderhoudscapaciteit aanwezig is om de computers te laten werken.
Over de ervaringen van afgelopen weken ben ik kort: iedereen was erg enthousiast, zowel leerkrachten als kinderen. Het is geweldig om ca. 200 kinderen te raken met een onderwerp waar ze (echt allemaal) razend in geïnteresseerd zijn, maar waar de meesten nog nooit de gelegenheid voor hebben gehad. Het is leuk om aan het eind van een sessie de meerderheid met een zeker gemak zich zien te bewegen achter en op de laptop. Betekende wel vaak dat er opnieuw een laptop opnieuw geïnstalleerd (image hoor) moest worden, maar dat werk heb ik er graag voor over.
Het was jammer dat leerkrachten over het algemeen na schooltijd geen tijd meer hadden om zelf ook wat ervaring op te doen achter de computer. Andere banen of verplichtingen waren meestal de oorzaak daarvan. Een ander aspect is dat deelnemers aan een workshop in Afrika daar vaak een geldbedrag voor terug verwachten (T&T: een meestal nogal ruime vergoeding voor reiskosten en maaltijden).

13 juni 2012

Blij

Vandaag was ik weer in Kunchene en daar zag ik Ngmintuo op school, een blij en vrolijk kind. Zelfs een beetje ondeugend. Ik ben blij dat ik dit mee mag maken. Vandaag bij Bakyelee op huisbezoek geweest. Zijn ouders ondersteunen dat hij naar school gaat. Ze zullen naar Jirapa gaan om hem medisch te laten bekijken. Dan weten we een beetje wat te verwachten met zijn benen. Het project geeft hen geld hiervoor. Dan kan hij volgend jaar naar school. Zijn oudere broer en zus zullen hem moeten dragen, 3 km over zandpad. Ik zit alweer te denken aan een karretje, we zullen zien.
Ik voeg drie foto.s toe aan het album Kunchene, een foto van Ngmintuo van 6 maanden geleden bij zijn huis en twee van vandaag in de klas.

9 juni 2012

Succes en tegenslag

Inclusive education - onderwijs voor alle kinderen in dezelfde school - was een van mijn taken op papier toen ik naar Ghana ging. Waar te beginnen als goed onderwijs nog zover  weg is. Denk aan de jaren 50 en 60 en bedenk dan dat er kinderen met een speciale leerbehoefte in de klas zitten.
Toch ben ik met leerkracht Joseph in september 2011 in Kunchene gestart om kinderen met een handicap naar school te krijgen. Kunchene is een dorp 8 km over de zandweg van Jirapa vandaan, dat weer 60 km ten noorden van Wa ligt. Er is ook met de chief gesproken over dit project. Niemand weet waar deze kinderen wonen en met hulp van mensen uit het dorp zijn er 4 kinderen gevonden. Voor Lucy en Ngmentuo zagen we mogelijkheden. Ik heb al eerder bericht over Mintur, die eigenlijk Ngmentuo heet. Een jongen van 10 jaar, halfzijdig verlamd met epilepsie, nog nooit naar school geweest, zijn wereld is het huis van zijn ouders. Dan is er Lucy, bij het eerste bezoek blijkt ze enkel te kunnen kruipen en niet te kunnen praten. Met allebei is communicatie mogelijk en geven ze aan instructies te begrijpen. We hebben ouders moeten overtuigen dat we het zinvol vinden om de kinderen naar school te laten gaan. En toch ook moeten we vertellen dat lezen en rekenen er misschien niet in zit. Het gaat om erbij horen, samen leven, leren  van en met elkaar. Het zijn vooral de moeders die zich de opoffering getroosten om hun kind kilometers ver naar school te brengen. Ik heb bewondering voor ze!
Voor deze 2 kinderen hebben we voorbereidingen getroffen om naar school te gaan. Eerst een onderzoek in het ziekenhuis. Voor Ngmentuo leverde dat medicijnen op waardoor zijn aanvallen verdwenen. Lucy kreeg krukken en leerde hier binnen no time mee lopen. Er werden uniformen  en wat schoolmateriaal aangeschaft. Er volgden gesprekken met de headteacher en de leerkracht van de kleutergroep (leerlingen varierend van 5-10 jaar). We hebben nagedacht over de doelen die we stellen voor de kinderen. Het is niet gemakkelijk om in Ghana leerkrachten uit te leggen, dat leren niet alleen lezen en schrijven is. Joseph is weer een van die bevlogen mensen in Ghana die ervoor gaan, onder leerkrachten toch - helaas - een minderheid. Hij is in meerdere opzichten onmisbaar, en zeker voor de barriere in taal en cultuur.
Vorige week was de eerste schooldag. Ngmentuo was op vrijdag gekomen en niet op maandag. Uit de beschrijvingen was hij erg actief, levendig en happy. Hij heeft veel steun aan zijn kleine zusje. Lucy was er op maandag een klein meisje van 9 met stralende ogen. Vrijdag ben ik terug gegaan om te kijken hoe het loopt, of er problemen zijn en of ik ergens mee kan helpen. Ngmentuo heeft op dinsdag een epileptische aanval gehad op school en is sindsdien niet meer op school geweest. Wel een tegenvaller, maar we moeten eerst maar eens op huisbezoek wat er aan de hand is en hoe het zit met de medicijnen.
Lucy was er wel en zelfs Bakyelee was er. Een jongen van een jaar of 10 die niet kan lopen en ook zijn rechterhand niet kan gebruiken en die nog niet 'gevonden' was. Een groter kind van school had de moeder verteld dat ze hem kon brengen. Wel mooi dat het zo werkt!!
Om de leerkrachten te beschermen tegen een grote toeloop van gehandicapte kinderen , moeten we het een beetje volgens de procedure doen. Eerst huisbezoek en bezoek aan het ziekenhuis en als we mogelijkheden zien een schoolorientatie-periode.
Dit werk valt onder PRONET waar ik nu werk. Er zijn ook plannen om een soort halfway-opvang te creëren voor deze kinderen, een paar dagdelen in de week. Dan is er gelegenheid voor gewenning en observatie. Van daaruit kan dan het traject naar school worden ingezet. Is dat niet mogelijk dan is er toch een opvang waar kinderen elkaar kunnen ontmoeten. We moeten ook een maximum stellen aan het aantal kinderen per klas. Juliana, de KG-teacher, heeft buiten het farming seizoen 75 kinderen in haar klas en dan nog 2 met extra zorg............
Ik heb met Lucy en Bakyelee gespeeld, grapjes gemaakt, getekend en  flessendoppen gesorteerd. Ik heb in 2 paar stralende ogen gekeken toen ik ze een compliment maakte. Lucy begint al ietsjes te praten. Toen ik wegging zwaaide ik en zei bye, Lucy zwaaide terug en zei bye!!!
(Klik op de foto's boven als je stralende kinderogen wilt zien! Er staan ook 2 ontroerende filmpjes op).